Boogie woogie: Dirk-Jan Vennik en Dino Baptiste in Oudenaarde

 

Dirk-Jan Vennik en Dino Baptiste op de boogie woogie avond, vrijdag 27 juni 2008 in de tent achter de kerk tijdens de Adriaan Brouwerfeesten in Oudenaarde. (net als vorig stuk over Parne Gadje vind je dit stuk eveneens op http://www.folkroddels.be )

 

De Adriaan Brouwer Bierfeesten in Oudenaarde zijn precies dat: feesten waar op de tonen van volks muzikaal amusement het gerstenat rijkelijk kan vloeien. Niets belet echter dat het jolige vertier gepaard gaat met een streepje cultuur. Zo richt Misty-Music House, in de marge van de feesten, al sinds een achttal jaar op vrijdag en zaterdag concerten in van een iets hoger muzikaal gehalte. Op de Markt staan ook wel een handvol interessante namen, zoals dit jaar Urban Trad, tussen de schlagerkoningen en covergroepjes in, maar het is vooral in de tent niet ver van het hoofdgebeuren dat je het betere werk kan aanhoren.Tot vorig jaar stond die tent op het Tacámbaroplein (voor de weinig bekende maar vrij spectaculaire relatie van ons land met Tacámbaro in Mexico: zie Google onder Slag bij La Loma de Tacámbaro), nu op het plein (met de naam Minderbroederstraat!) achter de Walburga kerk, tussen het Centrum Ronde van Vlaanderen en het politiekantoor.

 

Zes jaar geleden veroorzaakte de internationaal gereputeerde Brusselse boogie woogie pianist Renaud Patigny opschudding in het anders kalme Oudenaarde door er met zijn Franse kompaan Fabrice Eulry, een piano maestrissimo en clown zonder weerga, het canvas van de tent te spelen. Sindsdien is het een traditie: vrijdag is boogie woogie dag. Dit jaar kon Patigny niet aanwezig zijn, maar tipte de opkomende Nederlandse Dirk-Jan Vennik. Via een in Vlaanderen goed bekende Noord-Franse blues fan, tevens organisator strikte men niemand minder dan Dino Baptiste, een man met een reputatie van entertainer in de allerhoogste kringen in de UK en de US. Zo verzorgt hij birthday parties tot bij Jerry Hall toe.

 

Zoals de vorige jaren liep de tent tot barstens toe vol en eindigde de sessie vele uren later met de gebruikelijke en laaiend enthousiast verwelkomde jam van de tenoren. Drie waren dat er, want de twee werden bijgestaan door drummer Gerry Fiévé. Boogie woogie drummers zijn echt een ras apart: Fiévé moest niet eens eerder gespeeld hebben met de pianisten om foutloos de roffels te brengen die er horen. Faut le faire!

 

Dirk-Jan Vennik is terecht ambitieus: hij oogt stijlvol, zingt goed, speelt een aardig stukje harmonica en speelt als de besten. Ten opzichte van de doorwinterde Baptiste, lijkt hij wat stroever, maar het contrast met de exuberante Brit zit die avond net goed en als het moet gaat hij evenzeer uit de bol. Zijn repertoire is enorm verscheiden: naast te verwachten werk als Great Balls Of Fire van Jerry Lee Lewis of het met Caledonia gemixte Honky Tonk Train Blues, signatuurnummer van één van de grootste BW pianisten aller tijden, Meade ‘Lux’ Lewis, verwerkt hij met sprekend gemak songs ogenschijnlijk zo disparaat als One Bourbon, One Scotch, One Beer van John Lee Hooker (vooral bekend in de versie van George Thorogood) of Call Me The Breeze van JJ Cale, of nog Swanee River in een supersnelle uitvoering.  Dank zij de klaaglijke mondharp weet hij midden de uitgelaten sfeer ook een ernstige of een melancholische toets te brengen, zoals in Blues With A Feeling van Little Walter. We voorspellen deze DJ Vennik een zonnige toekomst

 

Dino Baptiste bespeelt zijn publiek op niets minder dan meesterlijke wijze, kijkt regelmatig om zich heen om de reacties op te meten, geniet van het scoren. Niet alleen pianistiek is hij verrassend sterk, maar hij heeft ook een geweldige stem en dito techniek: de manier waarop hij aan het einde van Stormy Monday zong, kunnen we enkel vergelijken met die sublieme Burton Cummings (van Guess Who zaliger) Geen wonder dat de dat hij nog speelde met de grote (en echt adellijke) blues Diva Dana Gillespie (,,Zowat mijn tweede moeder!’’) en ook met zijn grote held Ray Charles deelde hij het podium. Ook zijn bewondering voor de Duitse BW pianist Vince Weber, niets minder dan een legende in Duitstalige landen, steekt hij niet onder stoelen of banken (in I’m A Boogie Man) Een oude dame loodst hij tijdens dit nummer het podium op om een dansje te doen. Dr. John en New Orleans second line klinken door in Whole Lotta Loving. Jerry Lee Lewis eert hij via Whole Lotta Shakin’ Going On en Chantilly Lace. Van dat andere rolmodel Little Richard geen spoor, maar hij laat zijn ouders delen in het eerbetoon: zonder hun financiële inbreng was de eerste cd er niet gekomen (Bij I’m A Boogie Man licht hij een tip van de sluier, hoe vader hem in München inwijdde in de rokerige wereld van muziekbars) Ze kregen het risico dubbel en dik terugbetaald met een zoon die nog werkte met Billy Joel, Bob Dylan, Leo Sayer, The Blues Band en zovele anderen. Voor het afsluitende Hallelujah I Love Her So laat hij zowaar iedereen rechtstaan en meebrullen, armen in de lucht, om dan te eindigen met een flard Rhapsody In Blue. Zo’n showbeest dat je vergeet welk een gedegen en eclectische pianospeler deze Dino Baptiste is.

 

Voor het gemeenschappelijke stuk missen we de clownerieën van Patigny en Eulry maar muzikaal hoeven we niets te missen: Everyday I Have The Blues (BB King) is de te verwachten opwarmer, maar dan volgen uiteraard allemaal geïmproviseerde versies van Georgia On My Mind (het is zelfs de allereerste keer in zijn leven dat Vennik die Ray Charles tune speelt!),  Flip Flop Fly (Blues Brothers), een knap Superstition (Stevie Wonder) met een opgemerkte solo van Fiévé, Sweet Home Chicago. Er zit ook eigen werk tussen: Baptistes I’ll Be Good To Your Mama (waar hij een merkwaardig verhaal bij vertelt) We besparen u de eindeloze rij citaten uit andere songs die praktisch in elk nummer van de drie sets opduiken: dat is niet bij te houden.

 

Eén ding staat vast: ,,We never played together before’’, maar als Dino dat niet gezegd had zou je dat niet geweten hebben. Proud Mary moest de avond in climax afsluiten. Maar men bleef de heren terugroepen en toen iemand om Summertime bleef vragen, speelde het trio deze George & Ira Gershwin song (die we de laatste tijd wel weer vaker horen: olie drijft boven) Het was niets minder dan het mooiste moment van de avond: het late uur (al na middernacht) en de absolute stilte onder het tot net tevoren extatische publiek gaven de musici de kans er een uitgepuurde uitvoering van te geven, tegelijk etherisch en zwoel, verstild en met het volle gewicht van de tekst uit het verhaal van Porgy & Bess. Zelden gehoord.

 

Antoine Légat (17 07 08)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Muziek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s