Reviews van een cd met Indiaanse muziek (Native America), Watcha Clan, Roddy Gordon, Jim Cofey, Hartog en die schitterende Filip: onbekend, maar niet onbemind!

 

*V/A / THINK GLOBAL: Native America / Oxfam LC 11067 (M&W)

 

Ze worden hier gekoesterd, de cd’s van John Trudell,  Douglas Spotted Eagle, Jerry Riopelle, Keith Bear, Redbone en verzamelaars als Sacred Dance (Arc Music) Songs als Indian Reservation van Don Fardon en Leonard Peltier van Jim Page hebben ons indertijd een geweten geschopt. Jesse Ed Davis, Jimmy Carl Black, Robbie Robertson, Pat & Lolly Vegas…en zelfs Tina Turner: er waren/zijn ook grote Indiaanse (rock)muzikanten. We vonden het dan ook principieel een goed idee van Oxfam om Indiaanse, zeg maar ,,Amerikanen van geboorte’’ van divers pluimage op één cd te plaatsen. THINK GLOBAL: Native America is op de goede koop toe, en zeker voor wie niets hiervan op de plank heeft, een goede keus, omdat men fraaie stukken ,,inspirerende cultuur’’ (zoals de recycleerbare hoes zegt) bijeen gelezen heeft. Je vindt chants van pow wows, zonnedansen en ceremoniële stukken naast de American Indian Movement Song door Blackfire (dit AIM vind je ook op de recentste dubbel cd van dit geëngageerd, zeg maar militant gezelschap, [Silence] Is A Weapon) (Tacoho Records), twee dromerige stukken van Navajo fluitist R. Carlos Nakai, een woest tekeer gaande Buffy Sainte-Marie (Cho Cho Fire), altijd een belangrijke stem in het debat. Voor velen misschien té etherisch, maar ach, hoe fraai die goddelijke stemmen van Walela (The Whippoorwill) en Joanne Shenandoah (I Am Your Friend) Zeer authentiek: Johnny Mike met Four Harmonized Peyote Songs (check ook Hear Our Prayers op Canyon Records) Voor ons een hoogtepunt: Louie Gonnie in het hypnotische Water, The Rain And The Oceans Of Time. Hebbeding voor een goed doel. Waar wacht u nog op? (27 05 08)

 

***************************************************************************

 

*WATCHA CLAN / Diaspora Hi-Fi – A Mediterranean Caravan / Väï La Bott/Piranha Musik

( www.watchaclan.com ; www.piranha.de )

 

De vier cross-over nomaden van Watcha Clan doen het nu al tien jaar, één EP en vier full cd’s lang samen. De nieuwe Diaspora Hi-Fi komt uit op het al even vrijgevochten Duitse label Piranha Musik. De band zwerft, zoals het kaartje op de site aangeeft, tussen Marseille, Barcelona, Algiers, Oran, Agadir en Casablanca…en er zit ook een stevige joodse component in, niet vreemd als men toch iets afweet van die kant van de Middellandse Zee. Zo is Sista K, een kwart en zowat  het gezicht van Watcha Clan, langs moederszijde ashkenaze, langs vaders kan sefardisch en berber! Over haar omzwervingen vanaf de prilste jeugd hebben we het dan niet eens. De Fransen noemen het métisser, het mixen van culturen. Voor de bands ,,na Manu Chao’’ in en om Barcelona vond men de term zona bastarda uit. Het enige geloof dat de groep leidt is het geloof in de mens…en in de muziek. Vandaar de vier talen op Diaspora Hi-Fi, vandaar de electro (via groepslid Suprêm(e) Clem), de samples, de chaâbi (Algerijnse ‘blues’), de Arabische groove zoals je die vindt in Agadir maar ook de hip hop en zelfs de klezmer. In de productie hielp Tim Welhan van Transglobal Underground. Het opzwepende Goumari, waar gnaoua en trance mekaar ontmoeten, benadert het ideaal. Zo spannend (denk aan Tinariwen) wordt het op deze sampler tussenin niet meer, al komt Les hommes libres aardig in de buurt. We beelden ons echter in dat fans van zona bastarda formaties zich perfect in Diaspora Hi-Fi kunnen vinden…als we die ten minste eens volledig kunnen horen. We ontvingen slechts een free preview selection met zeven nummers plus de uiteraard kortere radio edit van Goumari. Een finaal oordeel blijven we u bij deze schuldig. (28 05 08)

 

***************************************************************************

 

*Roddy GORDON, Love And Blues.

 

Roddy Gordon is een blueszanger-harpist-gitarist uit Littlehampton in het zuiden van Australië. Hij is actief sinds de sixties en zonder ooit op de voorgrond te treden is hij around geweest. Hij trad op van Sydney tot in de Londense West End en in alle mogelijke omstandigheden, van trouwpartijen over festivals tot in restaurants, een echte dus, voor wie de passie gerust een boterham minder mag betekenen, altijd onze kind of guy. Tegenwoordig speelt hij de blues en meest door blues geïnspireerde rootsmuziek in een mix van standards en eigen songs, solo, in duo (met Tom Stehlik als partner) en in trio (met Tom Stehlik als drummer en ene Lyndon op bas) ‘Love And Blues’ heet zijn cd. Wie Mike Brosnan kent, weet waarom we die naam laten vallen: stem en stijl lopen parallel, als in het knappe ‘She’s Mine’. Net als de Nieuw-Zeelander sleept Roddy een jarenlange ervaring mee, maar hij bereikt niet gans het hoge niveau van Mike. Niemand zit echt te wachten op weer eens een versie van St. James Infirmary, toch niet als het gaat om een klassieke uitvoering. Het uitgesponnen elektrische gitaarspel is ons vaak te vaag en doelloos. Dat betekent helemaal niet dat Roddy Gordon niets te bieden heeft: live slaat dit repertoire ongetwijfeld aan en Love And Blues is een leuk souvenir aan zo’n concert. En wie houdt van Iers zal met McPherson’s Rant ook al zijn gading vinden, want Roddy Gordon is niet voor één gat te vangen. Love And Blues is het soort cd dat je eerst eens moet beluisteren. Het kan jouw ding zijn.

 

Roddy Gordon is a blues singer, harpist and guitarist from Littlehampton in South Australia. He’s been active since the sixties and without ever getting to the fore he’s been around. Hij played from Sydney all the way to the London West End and in all kinds of surroundings, performing at mariages, in festivals, at restaurants. He’s a genuine, someone for whom his passion may mean a loaf of bread less on the table, always our kind of guy. Nowadays he plays blues and roots music, mostly inspired by the blues in a mix of standards and originals, solo, in duo (with Tom Stehlik as a partner) and in trio (with Tom as a drummer en someone called Lyndon on bass) Love And Blues is the name of his CD. For those who know Mike Brosnan, mentioning this name is clear: voice and style run parallel lines, as in She’s Mine, a truly fine song. Just as is the case for the man from New Zealand, Roddy brings along a year long experience, but he’s doesn’t quite reach the high level of Mike. Probably no one is waiting on another version of St. James Infirmary, at least not when it’s in a classical execution. The elaborate electric guitar playing is more than once vague and lacking sense and purpose. That does not at all mean that Roddy Gordon has nothing to offer: this repertoire will surely do the trick live and Love And Blues is no less than a great souvenir of such a concert. Those into Irish music will no doubt crave McPherson’s Rant, as Roddy Gordon is a man for all seasons. Love And Blues is the kind of CD one has to hear first: it could be your thing.(28 05 08)

 

Record Labels: Locrian Records

Website: www.roddygordon.com

Website: www.locrian.com.au/roddy

             www.ninebelowzero.co.uk

e-mailadres: via site

Country: Australia

 

***************************************************************************

 

*JIM COFEY, Black Box Allegations.

 

De bio’s van de bandleden lezen als de geschiedenis van de recente blues in België. We willen niet gewagen van supergroep, maar in Jim Cofey zit wel een berg talent bijeen. De groep ontstond pas halfweg 2006 toen Jan Ieven (in een vroeger leven bas bij El Fish en nu bij The Rhythm Junks) en Patrick ‘Mr. Jim’ Cuyvers (zang, piano, hammond; Hideaway…) besloten om vette funk te spelen in de stijl van het New Orleans van sixties en seventies…en van nu want Allen Toussaint, de Neville Brothers, John Cleary e.a. houden de eer hoog. Jan en Patrick trokken voor hun project gitarist Rob Vanspauwen (Voodoo Boogie, Big Mama’s Kitchen…) en sax Igor Maseroli (Bass Papa, Rusty Roots…) aan. Ze waren zo slim om drummer-de-luxe Steve ‘Dynamite’ Wouters (Last Call, Big Dave, Bass Papa…) te laten bijstaan door percussionist Gert Servaes (Blues Lee, Big Mama’s Kitchen…), wat Jim Cofey een geweldige basis meegeeft. Kristof Michiels alias DJ 4T4 deed de productie van deze eerste cd. Het geheel spat uit de boxen in beste Crescent City traditie. De lekkere, al dan niet second line ritmes, de sax riffs en breaks, de catchy guitar licks, de zoemende hammond, de soulvolle vocalen van Mr. Jim, de occasionele backing vocals, plus de gebruikelijke afwisseling van een rappe en een trage in de twaalf covers en originelen, maken van Black Box Allegations een goedgemaakte, gevarieerde cd vol aanstekelijke deunen. Iets klassieker van snit dan The Rhythm Junks, met af en toe een knipoog naar Blue Blot (A Lie Is A Lie, The Table) en niet zo gek ver verwijderd van wat Bass Papa doet, heeft Jim Cofey alle troeven in handen om een Belgisch equivalent te worden van pakweg de Average White Band…al zullen ze zichzelf wellicht liever spiegelen aan The Meters (That Ain’t Bad, Seems Like Yesterday), The Neville Brothers (Four Corners), de Dirty Dozen Brass Band/Rebirth Brass Band (She’s So Guilty), Dr. John/Dr. Professor Longhair (Kinky Reputation) of zelfs Booker T & The MG’s (Fat Cakes) U kan ze de volgende maanden beleven op een aantal grote podia: Peer (waar ook funky Little Feat staat), Gentse Feesten, Varenwinkel. Laat de kans niet liggen: live moet dit een brok onversneden…dynamiet zijn.

 

The bio’s of the band members read like the recent Belgian blues history. We don’t want to speak of a ,,super group’’, but there’s a lot of talent squeezed into Jim Cofey. The band was formed only halfway through 2006 when Jan Ieven (in a former life bass player with El Fish and now with The Rhythm Junks) and Patrick ‘Mr. Jim’ Cuyvers (vocals, piano, hammond; playing with Hideaway…) decided to play juicy sixties and seventies funk music in New Orleans style, the kind you can still get from Allen Toussaint, the Neville Brothers, John Cleary a.o.. Jan and Patrick took on guitar player Rob Vanspauwen (Voodoo Boogie, Big Mama’s Kitchen…) and saxophone player Igor Maseroli (Bass Papa, Rusty Roots…) for their project. They were so clever to add  percussionist Gert Servaes (Blues Lee, Big Mama’s Kitchen…) to master drummer Steve ‘Dynamite’ Wouters (Last Call, Big Dave, Bass Papa…) to make up for a firm and formidable rhythmic basis. Kristof Michiels alias DJ 4T4 produced this first CD. The sound splashes out of the speakers in the very best Crescent City tradition. The tasty, second line rhythms, the saxophone riffs and breaks, the catchy guitar licks, the hammond, the soulful vocals of Mr. Jim, the occasional backing vocals, plus the usual alternation of a quick one and a slow one in these twelve covers and originals, make ‘Black Box Allegations’ a well made, varied CD full of infectious tunes. A bit more classic in approach than The Rhythm Junks, sometimes reminiscent of Blue Blot (‘A Lie Is A Lie’, ‘The Table’) and not that far away from where Bass Papa is operating, Jim Cofey has all the trump cards to become the Belgian equivalent of, let’s say, the Average White Band…although they will probably call on different role models: The Meters (‘That Ain’t Bad’, ‘Seems Like Yesterday’), The Neville Brothers (‘Four Corners’), the Dirty Dozen Brass Band/Rebirth Brass Band (‘She’s So Guilty’), Dr. John/Dr. Professor Longhair (‘Kinky Reputation’) or even Booker T & The MG’s (‘Fat Cakes’) You can see and hear them perform in the course of the next months at the Belgium Rhythm & Blues Festival in Peer (where funky Little Feat also plays), at the Gentse Feesten, at the Varenwinkel blues festival, all major stages. Don’t miss the opportunity: Jim Cofey live must be a smasher!

 

Label: Naked Productions NP014

Website: www.jimcofey.be

              www.nakedproductions.be

e-mail: jimcofeybookings@hotmail.com (Bizar Blues; Hechtel-Eksel)

land: België

 

***************************************************************************

 

*HARTOG / Storyteller / EYE001 ( www.hartogmusic.com )

 

Dat we fier zijn op de prestaties van het Vlaamse singer-songwriter gild de laatste jaren, betekent niet dat we blind zijn voor wat er in het land boven ons gebeurt. Zo kregen we dit jaar al een fraaie Nederlandstalige plaat van Jan Willem Roy, gewoon JW Roy genaamd, opvolger van de in Brabants gezongen meesterwerk Laagstraat 443. Ad Vanderveen bracht de razend interessante en weer eens uitstekend gemaakte dubbele Still Now (met op de tweede cd grotendeels de huiskamerversies van de latere, rockende ,,garage’’ songs van cd 1) Minder in beeld, maar ook méér dan de moeite is Sweet Oblivion van Eric Devries, lid van het collectief Songwriters United. Ongeveer in die intimistische sfeer opereert Hartog, een SSW die we nog niet kenden, maar Storyteller is dan ook pas de eerste echte soloplaat van Hartog Eysman uit Amsterdam. Al ziet hij er op de hoes van die cd eerder oud en afgeleefd uit, Hartog moet een nog vrij jonge man zijn met een mooie toekomst voor zich, al heeft hij duidelijk ook een muzikaal verleden. De cd begint meteen met het schitterende Detonate. Het is natuurlijk persoonlijke voorkeur als wij het gevoel hebben dat we het allerbeste dan al hebben gehad, maar dat wil niet zeggen dat de cd verderop niet behaagt, integendeel: een aangename stem die aan Milow doet denken, zoemende melodieën in uitgewerkte songs, ingespeeld met enkel de akoestische gitaar, al is er hier en daar uiterst sobere steun van de keyboards van Albert Klein Goldewijk (bvb. mooie marimbaklanken in Faded) De teksten, toch van levensbelang bij een SSW, zijn al even persoonlijk als de muziek introvert is: analyse van de eigen gevoelens en van de verhouding tot anderen staat centraal. De cocktail lukt aardig in Chance (het vaak herhaalde ,,We deserve a chance, we do’’ werkt hypnotisch), in het toch wel sterke The Song Road, in de iets levendiger titelsong. Maar Detonate zorgt zo al voor een explosie van gevoelens… (30 05 08)

 

***************************************************************************

 

*FILIP / Crane-Relief /  Filipsongs  (www.filipsongs.com)

 

Crane-Relief is een plaat met twaalf hapklare brokken voor onverbeterlijke dromers, die afknappen op de stem van Antony (& The Johnsons) of Daniel Johnston, maar slogans als Quiet is the new loud en Less is more in het vaandel dragen. Het is officieel een debuut, maar Zweedse dichter-muzikant Andreas Filipson, alias Filip, maakte al eens eerder in eigen beheer een cd met getoonzette gedichten van Charles Bukowski en een opgemerkte single (Tobacco Road) Filip sloot zich in de lente van 2006 twee dagen lang op met ouderwetse opname apparatuur in een kelder in Stockholm en werkte zich daar met technici Tom Hakava en Henrik Af Ugglas met een minimale begeleiding van gitaar, mondharmonica, piano en orgel doorheen het dozijn breekbare Engelstalige liedjes. Die zijn gedrenkt in een bad van onversneden melancholie en doen amper onder voor het werk van de grootmeesters in het genre. We doen liever niet mee aan de hype rond de Zweed en willen gewoon afwachten of hij de wel heel straffe vergelijkingen met Nick Drake, Tim & Jeff Buckley, Tom Waits, Will Oldham (Bonnie Prince Billy) en een snipverkouden Rufus Wainwright op termijn waar kan maken (*) maar intussen is het volop genieten van Whistling In a Shell, The Black Eyes Of A Dice (die heerlijke autoharp!), Trembling China (pun wellicht not intended! Fraai kermiswalsje aan het eind) en Infantile Blues, onze favorieten. (30 05 08) 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Muziek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s