Johnny Dowd hypochondrisch muziekdichter naar ons hart

 
 

Johnny DOWD in De Villa van de N9 te Eeklo op vrijdag 2 mei 2008.

( www.johnnydowd.com )

 

Het was al zes jaar geleden toen we Johnny Dowd voor het laatst aan het werk hoorden. Het was in de periode dat het allemaal te gebeuren stond voor de Texaan, die al meer dan veertig jaar in Memphis woont. Zoals velen was hij zichzelf pas op latere leeftijd tegengekomen na een leven vol drank, vrouwen en ander verboden spul, ongelukken en stommiteiten, het soort leerschool noodzakelijk om dit soort werk op deze manier te doen. Hij had een aantal sterke cd’s uitgebracht, platen die we allemaal koesteren, en we hadden hem al een handvol keren aan het werk gezien.

 

Pawnbroker’s Wife was net uit, een cd die hem ,,eeuwige roem’’ in Europa moest verzekeren. Maar het liep goed fout, toen in 2002. We zagen zijn optreden op Leffingeleuren, het sympathieke festival in Leffinge (Oostende), dat een degelijke programmering kan voorleggen. Het was één van die concerten die het verschil moesten maken. Maar het werd volledig de verdoemenis in gejaagd door aanhoudende geluidsproblemen. We spraken Johnny achteraf. Enfin, spreken… Hij bleek ontroostbaar. Zelden iemand zo in zak en as gezien. Kim Sherwood-Caso, die hem vanaf haar prille jeugd bijstaat, deed wat ze kon, maar als er een trein in de buurt was geweest…Of toch niet, want Dowd heeft te veel de keerzijde van het leven gezien om zich lang in te laten met het tekort aan erkenning in zoiets bijkomstig als de muziek.

 

Het heilige vuur bleef gelukkig branden. Opvolger Wire Flowers: More Songs From The Wrong Side Of Memphis, bleek opnieuw een dijk van een plaat, die al even galant de mist in ging, behalve bij een trouwe schare fans, het lot van zovele muzikanten die meer vertellen dan het brede publiek kan bevatten. Eerlijk gezegd geraakten we daarna het spoor een beetje bijster, misten we optredens en cd’s, die nochtans regelmatig mekaar opvolgden. Gelukkig was er in 2006 die geweldige Chainsaw of Life waarin Johnny Dowd team vormde met die andere vreemde eend Jim White, onder de naam Hellwood. Ook het optreden van Hellwood in de AB ging aan ons voorbij. Dat kreeg al evenzeer als de cd ware rave reviews. Het is echter nog steeds één van onze lievelingscd’s uit het recente verleden.

 

Het was dus met enige spanning dat we zijn optreden in De Villa van de N9 tegemoet zagen. Vreemd genoeg wist de altijd in de frontlijn opererende club ook nu weer niet het grote volk aan te lokken. Meer volk dan bij het prachtige optreden van Boris McCutcheon een week tevoren, maar daar was dan ook omzeggens niemand. Johnny had nochtans schoon volk mee, zoals zijn elektrische gitaar en pupiter met teksten. Natuurlijk ook de onafscheidelijke Kim Sherwood-Caso, wier heldere stem mooi contrasteert met de expressieve strot van de meester, en die af en toe ook Johnnys tekstbladen omkeert, maar ook zijn drummer sinds jaar en dag Willie B. (die eigenlijk Brian Wilson heet, maar wellicht geen verwarring wil scheppen) en toetsenman Michael Stark, die de creativiteit bezit om Johnny’s waanzin bij te kleuren.

 

Dowd maakte het ons gemakkelijk: in twee delen bracht hij ons zijn nieuwste A Drunkard’s Masterpiece integraal en in volgorde. Het is namelijk een suite in drie delen, Opus I (Everybody Wants To Go To Heaven, But Nobody Wants To Die) en Opus II (Putting Lipstick On A Pig) voor de pauze, als we dat goed hebben, met als toetje I Don’t Exist (uit zijn allereerste cd Wrong Side Of Memphis uit ’97) en daarna Opus III (Thou Shalt Not Covet Thy Neighbor’s Ass) plus Ding Dong (uit Cruel Words, 2006) met als bis zijn favoriete song Jambalaya, song geschreven door Hank Williams (1952), die hij vermoedelijk elke avond speelt.

 

We hadden de cd vooraf niet gehoord en dan is het moeilijk alles te plaatsen en te duiden. Maar de suite behandelt de thema’s die de zelfbelijdende hypochonder al jaren uitspit: de duistere kanten van het verschijnsel mens. Het ecce homo, het uomo (canni)ba(na)le uit zich in Infidelity of Adultress, voortdurend op jacht naar Easy Money en naar Things A Woman Needs, en hij vormt met al die andere lipstick pigs een Union Of Idiots. Dowd speelt graag met effecten: een ogenschijnlijk normale situatie blijkt een groteske anomalie te zijn een luide dissonante gitaar aanslag of akkoordenreeks snijdt doorheen een zorgvuldig opgebouwd klankentapijt, helemaal in de stijl van Frank Zappa, aan wie we wel vaker moesten terugdenken. En bovenal zindert het in al zijn grilligheid van de spankracht. Want Dowd is een singer-songwriter (en dichter) die van vele walletjes eet, maar rock ’n roll is nu eenmaal his middle name.

 

Opvallend waren eens te meer, want het is een waarmerk van de man, de citaten. De muzikale die je terugvindt op de plaat, zoals Smoke On The Water ingewerkt in Union Of Idiots, of The Sound Of Music voor Jamabalaya, maar ook de verbale, degene die op plaat staan (zoals die uithaal naar J Lo in Caboose) maar ook de ter plekke ingeschoven (,,Bookshelves, doors, Condoleeza Rice…’’ of, enigszins aangepast tegenover de cd versie, ,,The answer lies in the pussy of …’’ (en noemt dan een uitstekende maar toch million sellende zangeres, verwant aan Ravi Shankar) (*) Het eigen werk bulkt van citaten en oneliners. Die zijn dan te ontdekken op A Drunkard’s Masterpiece, cd van 70 minuten (en met fraaie hoesprent) die intussen vertrouwd begint te klinken. Maar nog wel deze leuke passage: ,,I could say this, I could say that. Sometimes a caress is worse than getting hit by a baseball bat. Life and life only, Robert Zimmerman said, to cimmit adultery you first must be wed.’’

 

Dowds universum mag dan somber lijken, hij maakt de werkelijkheid niet zwarter dan ze eigenlijk is, toch niet in de kringen die hij bezocht en dan ook uitvoerig beschrijft, maar is het laagje cultuur en beschaving elders zoveel dikker? En ondanks alles weet hij te amuseren, te onderhouden. Je komt buiten met vragen maar niet met een slecht humeur. De man is gelouterd door de eigen miserie, is in het reine gekomen met zichzelf en weet zijn ervaringen eerlijk en krachtig te vertalen naar andere mensen toe. Dichter Lucebert zei: ,,Alles van waarde is weerloos.’’ Zo bekeken is Johnny Dowd wel bijzonder weerloos. (10 05 08)

 

(*) In Unintended Consequences veranderde hij Fred Astaire & Ginger Rogers in Fred Astaire & Maurice Chevalier…Funny…

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Muziek en poëzie. Bookmark de permalink .

Een reactie op Johnny Dowd hypochondrisch muziekdichter naar ons hart

  1. Unknown zegt:

    Wow Gold Wow EU Gold Wow US Gold WOW GOLD World Of Warcraft Gold World Of Warcraft Eve isk Eve online isk Guild Wars Gold Guild Wars Money GW GOLD Maplestory Runescape gold RF Online RF Online Dalant Tales of pirates wow gold Runescape RF online blog MMo blog Internet game guide wow gold Dofus EVE Online EverQuest II Final Fantasy XI Gaia Online Guild Wars Lineage II (US) MapleStory (US) RF online Scions Of Fate SilkRoad Star Wars Galaxies Tales Of Pirates The Lord Of The Rings Online (EU) The Lord Of The Rings Online (US) World of Warcraft (EU) World of Warcraft (US) Game forums Gaming 2Moons Age of Conan Anarchy Online ArchLord Cabal City of Hero City of Villains Dofus Dungeons&Dragons Online Eve Online EverQuest EverQuest II Final Fantasy XI Gaia online Guild Wars Knight online Lineage II Lord of the Rings Online Maple Story RF Online Runescape Scions of Fate shaiya Star Wars Galaxies World of Warcraft

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s