Inleiding op het concert van Orosei in De Spil Roeselare…

 

*CUNCORDU e TENORE de OROSEI: inleiding op het concert in CC De Spil – Roeselare op zaterdag 24 mei 2008.

 

Start: iets van Elena LEDDA & SONOS : Ballu Cantau uit Incanti. (Vervangen door religieuze zang van Cuncordu e Tenore de Orosei)

 

Er is hier in De Spil al merkwaardige vocale acrobatie gepasseerd de laatste twee jaar: I Muvrini (niet als popband, maar met authentieke Corsicaanse gezangen), Beñat Achiary (Baskisch stemkunstenaar), A Filetta (Corsicaanse polyfonie, met Medea) en Basiani (Georgische zang) Daar mankeerde nog iets aan, en ja, dat is de Sardeense polyfonie. Ik haal immers met opzet die bovenstaande eruit omdat er soms sterke gelijkenissen zijn. Ik vermeld het hier enkel: er is geen tijd om gelijkenis en verschil uit te diepen. Mijn competentie gaat ook niet zo ver dat ik dat musicologisch zou kunnen uitbenen, maar je hoort het wel.

 

Sardinië: tweede grootste eiland van de Middellandse Zee (na Sicilië) 4/5e van de grootte van België voor een bevolking van ,,slechts’’ 1,655.000. Bewogen geschiedenis die zich al manifesteert in de nuragische periode van het tweede millennium v.C.. tot in de Romeinse tijd (nuraghe = megalitische bouwwerken, symbool van S. geworden; ooit 30.000, nu nog zo’n 9.000; door de UNESCO zijn ze als World Heritage erkend) De Mykeense Grieken noemden het Hyknusa (,,eiland van de Hyksos’’, een uit Egypte in 1450 v.C. verdreven volk), de klassieke Grieken noemden het Sandalyon, naar de vorm van het eiland. De bevolking wordt allerlei origines toegedicht maar genetisch onderzoek wijst vooral op een band met de Pyreneeën. Hoe dan ook is het eeuwen lang een va-et-vient geweest van volksverhuizers en veroveraars. Sardinië, la Sardegna, leverde aan Italië zijn eerste koning, Vittorio Emanuele II.

 

Sinds kort in acht provincies verdeeld (tot 2006 vier) Hoofdplaats = Cagliari, gans in het zuiden. Meer bergen dan vlakte. Hoogste top is 1834 m (Gennargentu) S. behoort dus tot Italië maar is geklasseerd als popolo (een onafhankelijk volk met locaal statuut) Naast het Italiaans is het Sardu (het Sardeens of Sardijns) de taal (Romaanse taal, maar met allerlei schimmige invloeden van eerder, Etruskisch, Fenicisch en andere talen van het Midden-Oosten…) Het Sardeens is de taal bij uitstek van zang en poëzie.

 

Sardinië heeft een zeer uitgebreide en nog erg levendige orale traditie, die zich uit in een drukke poëtische, vocale en muzikale activiteit. Alle feesten worden erdoor opgevrolijkt, zowel de familiebijeenkomsten, de frequente dorps- of streekfeesten (er zijn veel heiligen te vieren, vooral dan de patroonheiligen der verschillende dorpen!), de regionale en nationale gebeurtenissen. Net als in gans Italië overigens, maar daar heb je niet die splendid isolation (ook van Corsica!) die ervoor zorgt dat alles langer en beter, authentieker bewaard blijft. De vocale kunst is sterk verbonden met het religieuze, maar er zijn ook sterke politieke connecties (denk ook aan Baskenland en weer aan Corsica), politieke partijen die feesten geven, en ga zo maar door.

 

De beoefenaars mag je beschouwen als semi-professionelen, maar we vermoeden dat de Tenores di Bitti, de Tenores de Oniferi (sinds 1970 actief!) en deze van Orosei zowat voltijdse zangers zijn. In elk geval zijn hier in Sardinië de ,,poëziewedstrijden’’ nog heel courant, verbonden aan de dorpsfeesten. Elders is dat soort wedstrijden, o.a. door de TV, verdwenen maar in Sardinië én Corsica zijn ze levendig, verbonden met het alledaagse leven. Het wedstrijdelement is zeker een stimulerende factor, want om beurt probeert de dichter-zanger zijn voorgangers te overtreffen, vaak door het aangeboorde thema te hernemen. Die verdedigt dan de omgekeerde stelling, ongeacht wat hij zelf gelooft: het is gewoon kwestie van te overtuigen. Het schijnt dat die spelletjes soms een hele nacht duren!

 

Er zijn nog gans andere traditionele muziekvormen, naast uiteraard de muziekjes die overal ter wereld gevonden worden. Ik heb nog geen Sardeense rap gehoord, maar dat zal ook wel weer bestaan. In het zuiden van het eiland (Campidano) is de éénstemmige zang begeleid door de launeddas  (=tripplepipe, tripple clarinet; twee pijpje aan mekaar gelijmd met bijenwas) (of accordeon of gitaar) populair. Maar het noorden (Logoduro met de stad Sassari, Gallura met de stad Olbia = Grieks voor de ,,welvarende stad’’) kent de vocale polyfone tradities van de canto a tenore, naast die van de canto a cuncordu, verspreid over het hele eiland.

 

De canto a tenore heeft indruk gemaakt op de muziekwereld. De eerste die zich schijnt te interesseren aan het verschijnsel is de grote Alan Lomax vanaf de jaren dertig. De man ging onverdroten de States af op zoek naar folkloristisch materiaal. Maar hij is ook in Europa geweest, in het zuiden van Europa. Hij heeft ook in Europa heel wat unieke opnames gemaakt. Volgens hem is de Sardeense zang de oudste vorm van westerse polyfonie. De origines ervan verdwijnen immers in de mist der tijden en het geheel doet erg archaïsch aan.

 

Frank Zappa, jazzsaxofonist Ornette Coleman en Peter Gabriel hebben de loftrompet gezongen. Gabriel deed méér: hij trok naar de centrale bergstreek van Bitti en nam op zijn Realworld label deze Tenores di Bitti op. Zij zijn de bekendste exponent geworden van deze vocale polyfonie. De vibrerende gutturale (=keel) klanken zijn enkel te vergelijken met de muziek uit Mongolië (stukje van EGSCHIGLEN laten horen)

 

EGSCHIGLEN: Hubu Namyil, opener van cd Sounds Of Mongolia (ARC EUCD 1652)

 

De canto a tenore vereist in essentie vier stemmen (onderzoek daarnaar o.a. door Belgische ethno-musicoloog Paul Collaer!) (al zijn er soms vijf) Sa oche (we lazen ook sa boghe) zingt voor, begeleid door sa mesuoche (of mesu’oche – bariton; ook mesa boghe), sa contra en su bassu. Als de sa oche de melodie heeft gezongen en even pauzeert, onderstrepen de andere stemmen die woorden met ononderbroken tonen die ritmische blokken vormen met vaste combinaties van lettergrepen (,,bom-ba-rà, bim-bo-ro…’’) Dat mag men beschouwen als echte onomatopeeën, zoals Tenores di Bitti aantonen op YouTube in een hoogst interessant stukje duiding met voorbeeld, het bekende Mialinu Pira (dat meermaals op YouTube staat, opgenomen in heel de wereld) De drie begeleiders van de eigenlijke tenore halen aan wat men traditioneel zegt over hun stemmen: het gefluit van de wind, de geluiden die de kudde produceert. Vooral de bassu verwijst naar het geloei van de kudde en men hoort inderdaad iets van schorre schapen, zeker met die keeltechniek: je hoort zelfs hoe de stem nog even weerkaatst, een zucht nadat de zanger opgehouden heeft.

 

Sa mesuoche heeft vrij veel speelruimte vergeleken met de twee andere begeleiders, maar voor zover we kunnen beoordelen gaat het niet zo ver als de jodelende vierde stem in de Epirotisch Grieks-Albanese polyfonische traditie (de miroloi), die helemaal haar eigen gang gaat. Toch is het wel degelijk zo dat ook hier de vier stemmen zich onafhankelijk voelen. Om de sociale cohesie te benadrukken van de stemmen die in feite allemaal solistisch hun gangen gaan, stond men in een cirkel naar elkaar toegekeerd. Zo zong ook A Filetta tijdens zijn concert in De Spil. Wellicht dient het ook om mekaar optimaal te horen, want als men zo zingt moet het juist zijn. Elke afwijking is meteen lelijk.

 

Er zijn verschillende uitvoeringsmodaliteiten: het kan zijn a sa seria, met één lange tekst, of men kan na één stuk a sa seria, overschakelen op a sa lestra, waarop men alles samenvat en een grote variëteit aan dansen zingt. Zo’n lang geheel heet Boghe Longa. De stijl varieert ook al: die kan hard en scherp zijn, zoals de tenores van Orgosolo (in de Barbagia: zie verder), of soepel en buigzaam, coulant, zoals die van Fonni. Elk dorp dat zich respecteert heeft zijn eigen a tenore met een eigen stijl. Vermits die bovendien putten uit de eigen tradities en verhalen, hebben die allemaal een eigen gezicht, eigen accenten, eigen repertoire. De Tenores di Bitti bvb. hebben drie stijlen van religieuze zang die je nergens elders vindt (kerstzang, ode aan de Madonna, zang van de mensen die berouw hebben) De ook al genoemde Tenores de Oniferi (in de Barbagia in het binnenland; naam gegeven door Cicero die de bergachtige binnenlanden maar barbaars vond!) bestaan uit drie dorpsgenoten,  broers zelf. De vierde stem moesten ze halen buiten het dorp. Gelukkig was een vriend bereid in een naburig dorp in te springen, maar vanzelfsprekend moet dat niet geweest zijn.

 

De polyfonie kon zich ontwikkelen dank zij een degelijk sociaal netwerk. We spraken al van de wedstrijden (die een kweekvijver vormen van talent, maar uiteraard muzikaal veel breder gaan) De zang a tenore werd aangeleerd su Tzilleri (in het café) tijdens de lange zondagnamiddagen en de regenachtige winteravonden. Men verenigde zich in confréries (broederschappen) Zo is ook, in 1978 al, de groep van vanavond ontstaan, in dit geval door het samengaan van meerdere confréries. De broederschappen van Santa Croce del Rosario en Sas Animas de Orosei vormden de kern.

 

Dat wijst overigens op een oorsprong als canto a cuncordu (cuncordu zijnde koor) De religieuze gezangen heten gosos in het noorden, goccius in het zuiden: die vindt men dus wel over heel Sardinië. In Orosei was er specifiek een traditie van gezangen voor de heilige week (voor Pasen), verbonden aan de confrérie van de Santa Croce. Dat mag dus hun specialiteit heten binnen de cuncordu.

 

Orosei, een dorpje van 6000 inwoners ligt aan de monding van de Cedrino.  Naast marmer die gewonnen wordt uit de Monte Tutavista is traditionele landbouw de hoofdbron van inkomsten.  Het dorpje zelf ligt wat land inwaarts op een tweetal km van de zee. Ligging: het centrale oosten van het eiland. Het dorp moet al in de tijd van de nuraghe belang gehad hebben.  

 

Als ik het goed begrepen heb is de vijfde stem van vanavond, Massimo Roych, gespecialiseerd in de cuncordu. Hij is dus voche del cuncordu. Dat is trouwens het bijzondere van de groep (behalve natuurlijk de streekgebonden verhalen en zo die oraal worden doorgegeven en zo vast blijven hangen aan één regio), dat ze de twee stijlen, a tenore en a cuncordu, beheersen. Zo zijn er niet veel. Ik weet niet of die man enkel in de cuncordu zangen zal optreden…We zien dat wel!

 

In 1999 werkt de groep samen met cellist Ernst Reijseger (Colla Voche), na een impromptu concert samen in Venetië het jaar tevoren. Een week lang namen ze samen op in  de kathedraal van San Pietro à Galtelli (alleenstaand, niet ver van Orosei) De cellist had zijn vaste Schotse percussionist mee, Alan ‘Gunga’ Purves. Later zou de band ook concerteren met Angelyte en eens te meer met Reijseger meewerken aan een film van Werner Herzog. De groep heeft ook al samengewerkt met anderen, zoals de misschien wel bekendste hedendaagse muzikant van het eiland, jazztrompettist en flugelhornspeler Paolo Fresu…(Tezamen met Elena Ledda is hij zeker de grootste hedendaagse naam)

 

Er wordt opgetreden in folkloristische klederdracht. Dat helpt natuurlijk om je als toeschouwer iets voor te stellen bij de uitvoering van die polyfonie, alsof je ze meemaakt in de eigen natuurlijke omgeving, in een Sardeens dorp tijdens het feest van de patroonheilige. Maar geen nood: deze muziek werkt altijd. Ze is zo ontworpen! Ondanks de zaalsituatie zullen we waarschijnlijk wel iets ervaren van de directe emotie die deze muziek oproept. Dit is zang die recht naar het hart gaat, ongeacht of je de woorden begrijpt of niet, of je thuis bent in de traditie of niet. Vanavond zijn we allemaal eilandbewoners!

 

Tip: op YouTube zoeken naar ,,Tenores di Bitti ‘Mialinu Pira’ a Belluno 2’’ voor de demonstratie van de individuele stemmen en de samenzang.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Muziek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s