Geen sleet op Johnny Winter!

 

BELGIAN ROOTS NIGHT # 15 in Hof Ter Lo te Borgerhout op zondag 11 mei 2008, met RUSTY ROOTS, sAMMYcUBA, BARRELHOUSE, The COWBOY ANGELS, HOWLIN’BILL en Johnny WINTER.

 

Het was me het weekend wel. Vrijdag op Aalter Statiekermis (jawel!) Kathleen Vandenhoudt & Tomboy (met LucLuke Alexander’ Jansen, René Stock en Arnout Hellofs, een ware supergroep) Het nieuwe materiaal dat in december in de Buster in A’pen voor een live publiek werd ingeblikt, zoals Framed My Dad en Don’t Ever Stop, raakt duidelijk ingespeeld, maar ook het ,,oude’’ Never Forget krijgt nieuw leven in deze combinatie. Kathleen haalde naar goede gewoonte alles uit de kast en wat Luke Alexander uit zijn gitaar puurt, is van een hoogst zeldzame verfijning en afwerking. Singer-songwriting maar met Kathleen is de blues toch nooit ver weg.

Zaterdag was het verjaardagsparty van Filip en Pat van en in De Blauwe Wolk te Zottegem. Ons interesseerde Liz Mandville, maar die trad zo laat op dat we moesten afhaken. We zagen wel het Nederlandse Bugaboo Tang, hoogst klassieke blues en old skool rockabilly, gespeeld met veel drive, liefde en passie voor het vak en een grote bedrevenheid door beslagen lieden (gitarist-zanger Roger Corneille, gitarist Pleun ‘PeeVee’ Vermeulen, slappin’ upright  bass player Tattoo Jaakoo Buchholtz –een groep op zich- en drummer Geert Roelofs),  veel meer dan een opwarmer dus.

Maar daar was ie dan, de Belgian Rootsnight # 15 met Johnny Winter. Vorig jaar niet naar Labadoux gekund, maar daar veel goeds van gehoord. In de nineties ging het niet goed met onze albino. Afgeleefd, zei men, gesloopt door allerlei en veel te veel lekkers. Op de sukkel, de sukkel. Daar was echter in Ingelmunster niets van te merken geweest, toch niet op podium, dus trokken we vol goede moed doorheen tropische dampen naar de vertrouwde zaal in Borgerhout. Het zou globaal genomen de leukste Rootsnight worden die we al meemaakten, want ook wat ervoor kwam bleek op niveau te staan.

Rusty Roots presenteerde zijn tweede cd Electrified. Ze deden dat via eigen nummers als It’s Yours To Spend en covers als het afsluitende Come Back Baby (van Walter Jacobs, alias Little Walter) Hoe kort de set ook, zij wisten op dit vroege uur (tussen vier en vijf) met buiten een stralend zonnetje voor slechts een handvol moedigen te overtuigen: de band speelt soepel en relaxt, geeft ademruimte aan zijn muziek. De aanstekelijke ritmiek, de warme klank van de hammond en de vocalen van Mr. BeeJee doen de rest. Overigens een zanger met een originele techniek, die het nodeloze gebrul aan anderen overlaat en de set zowaar besloot met een vocaal hoogstandje. Verfrissend!

sAMMY cUBA neemt prompt de plek in die Durango zo jammerlijk openliet. Zanger-gitarist Filip Casteels (voorheen bij El Fish), bassist Wim Janssens en drummer Pol Geusens ontwijken in hun rootsy benadering handig het soort clichés dat de blues een slechte naam bezorgde en maken muziek met invloeden die zich over enkele decennia en diverse stijlen uitstrekken. We horen echo’s van de (vroege) Rolling Stones (Guitar Sitar Man) en ZZ Top, maar even goed Soundgarden in een hele leuke cover van Rusty Cage, ,,Johnny Cash stijl’’ zoals ze zelf zeggen, met opvallende tempowisseling halfweg. Het soort blend waar ook Bjorn Eriksson (Maxon Blewitt) mee bezig was. In How Would I Know laat Casteels horen dat hij vocaal veel in zijn mars heeft. Al is er nog werk aan de winkel, dit klinkt veelbelovend en het blijft in essentie blues. Het trio was voor de gelegenheid versterkt met, jawel…Luke Alexander en dan weet je dat gitaarvuurwerk in de maak is: in I Ain’t Got Nobody trok de tovenaar weer eens de registers open. Hoe weinig cliché dit is bewijst het…cliché dat Filip in deze laatste song inlaste. Het kwam er niets doen en hij zei het amper hoorbaar: ,,I woke up this morning, suitcase in my hand’’. Zo’n mensen moet je vooral laten doen…

Het volk bleef toestromen en dank zij Rusty Roots en sAMMY cUBA waren de aanwezigen al in de juiste mood toen Barrelhouse Skin And Bones inzette. Barrelhouse is niets minder dan een legende, in de vroege seventies als begeleiders van Oscar Benton, daarna als solo- en begeleidingsband met een smetteloze live reputatie (waar hun plaat met Albert Collins van getuigt) Na weer een periode met Benton, kwam de band in ’93 opnieuw bijeen, niet alleen om de blues te propageren zoals ze die in hun begindagen speelden, maar ook om zich te storten in samenwerkingsverbanden en zelfs cross-overs die naar verluidt zeer de moeite zijn. Barrelhouse zette Hof Ter Lo naar zijn hand dank zij die immer uitstekend zingende en goedlachse Tineke Schoemaker, het machtige toetsenwerk van Han Van Dam (de pianosolo in If You Really Wanna Leave Me en het boogie woogie stuk in Let Me Love Ya!) en de vurige solo’s van gitaristen Johnny en Guus Laporte, die beurtelings de honneurs waarnamen. De niet aflatende ritmetandem Jan Willem Sligting-Bob Dros zorgde daarbij voor een stevige ondergrond. Ambiance! Dat het echter ook rustig kan, bewees een fraaie Ierse ballad over het afscheidsglas, waarop Jan Willem accordeon speelde: een mooi Keltisch rustpunt à la Barry McCabe.

Even viel te vrezen voor The Cowboy Angels: wat zou country vermogen temidden de gierende gitaren en boogie ritmes? Dat is dan gerekend zonder Gram Parsons. De man is precies dit jaar 35 jaar dood, maar zijn invloed op de Americana is tot op heden heel groot, nauwelijks te overschatten zelfs. Initiatiefnemer Yurek Onzia wilde in deze tribute aantonen dat GP niet alleen een grote songschrijver was, ondanks zijn korte leven (hij werd niet eens 27), maar ook een rasperformer die een flinke scheut rock (en bijwijlen blues) bij zijn country deed. Iris Smithuis was de Emmylou Harris van dienst, de onvermijdelijke pedal steel was in handen van Jef Marinus, zelf een legende op dit zalige instrument (zowat de Belgische Sneaky Pete Kleinow!), Pete De Houwer, ja, die van de Seatsniffers, stal zoals gewoonlijk de show door zijn enthousiaste en zeer deskundige geroffel. Ook Raf ‘Lazy Horse’ Temmerman, bekend van Flip Kowlier, maar te horen in veel Americana bands (o.a. met Kat’lee Jones), maakt deel uit van The Cowboy Angels. Hoeft het gezegd dat Lazy eens te meer uitblonk op allerlei snaarinstrumenten, in casu vooral de elektrische gitaar en de mandoline? Ook klonk de harp van Big Dave Reniers een paar maal op (ter vervanging van fiddler David Buyle die in de States zit) Na Devil In Disguise, met snedig slidewerk van Raf, kwam meteen al het prachtige Return Of The Grievous Angel. Onzia vertelde dat dit een signatuurnummer van Parsons, maar vertelde er niet bij dat het de verwijzing naar de groepsnaam bevat. We kregen nummers van de Byrds (One Hundred Years) en de Burrito Brothers (High Fashion Queen), twee van de bands waar GP deel van uitmaakte, maar evengoed songs van Grams eigen invloeden, zoals de Louvin Brothers en de Stanley Brothers. Van deze laatste groep brachten Yurek, Iris en…drummer Pete meerstemmig My Immortal Home in de beste bluegrass traditie, met drie rond één micro. Na de ballad Hot Burrito (altijd weer ontroerend) ging het tempo de hoogte in met Las Vegas (dat men allicht nog kent in de versie van Emmylou Harris, die GP in zijn laatste levensjaar bijstond, om daarna aan een indrukwekkende carrière te bouwen) en sloten The Cowboy Angels af met Dark End Of The Street, song van Spooner Oldham, bekend van James Carr, maar waar Gram ook een versie van inblikte. Tegen die tijd hadden Onzia en de zijnen de harten al wel veroverd.

Howlin’ Bill speelde een thuismatch. We weten uit ervaring dat de zanger-harpist dat thuisvoordeel niet nodig heeft om de boel plat te spelen (we hebben daar eerder al straffe staaltjes van gezien!) Het was zondag niet anders: een Strike, zoals zijn tweede cd heet! The Strongest Man Alive, Bimbo, You’ve Got It, Midnight Hero en Gone Too Soon walsten over het gewillige publiek heen, mede dank zij het onverdroten ritmewerk van Walkin Winne-Magic Frank. Ook Bill had een gitarist buiten categorie mee, ouwe trouwe Little Chris Van Nauw. Chris zei achteraf: ,,Je krijgt maar één keer de kans om voor Johnny Winter te spelen: dan grijp je die met beide handen en geef je plankgas!’’ In Don’t You Know That I Love You verlaat Bill de micro en zingt hij de mensen zo toe in een vraag en antwoord spel. Het enthousiasme stijgt daardoor tot het zenit, zeker als het volgende Mississippi Hoodoo Man die lekkere CCR/swamp uitvoering meekrijgt met Howlin’ Bill als een volleerde shoutende moerasgeest en Little Chris in een lange maar meesterlijke solo. Het aanstekelijke Pick Up Lines, The Circus Is Coming To Town, When Hell Freezes Over (schatplichtig zowel aan ZZ Top als aan…Doris Day: ,,Onze eigen interpretatie van ‘Que sera, sera’!’’) plus een instrumentale bis sloten waardig af. Ondanks bekend terrein (blues, R&B, rockabilly) klinkt Howlin’ Bill nooit clichématig, maar altijd fris van de lever, met een inzet die exemplarisch mag heten.

Johnny Winter is er 64, maar het ziet ernaar uit dat zijn gezondheid er, na de voormelde onheilstijdingen, weer op vooruitgaat. Hij mag dan iets afgebot zijn als zanger (die hoogste noten) en gitarist (kleine foutjes), het is het geheel dat telt. Zo beschouwd is Winter nog steeds een hele grote, laat dat duidelijk zijn, zowel in de interpretatie als op technisch vlak. Er is ook zijn verdienste over de jaren heen: zowat alle gitaristen van deze en vorige Rootsnights zijn beïnvloed door en schatplichtig aan Winter en diens tijdgenoten, die eerste grote generatie elektrische gitaristen van het einde der zestiger jaren en de start van de seventies (we breken hier graag een lans voor de in ’07 eindelijk uitgebrachte live opnames van ’77 van Johnny Winter met Muddy Waters en James Cotton, Breakin’ it UP, Breakin’ It DOWN!). Klassiekers als Hideaway, Sugar Coated Love (wat een prachtige solo’s!!!), Lone Wolf, Jimi’s Red House, Johnny Guitar, It’s All Over Now en Mojo Boogie spatten uit de boxen, waarbij Winter uiteraard kon rekenen op een stel in alle opzichten potige begeleiders als bassist Scott Spray. Het verging Bo Diddley na vorige Rootsnight niet zo goed, maar we mogen hopen dat de albino nog een paar jaartjes op zijn huidig elan kan doorgaan.

De afterparty met Stinky Lou ging aan ons voorbij, maar tussen de acts door draaide Susan Vanderstappen van het Crossroads Café prima bluesplaatjes, waar we helaas de uitvoerders en de titels niet altijd van konden achterhalen…wat pleit voor de DJ van dienst, maar niet voor ons, amateurs in de blues. Whatever, van dit weekend hebben we toch maar lekker genoten. (15 05 08)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Muziek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s