Mary Gauthier neemt Diana Jones op sleeptouw in ,,Songs of Sorrow and Salvation from the American South”

 

Diana JONES en Mary GAUTHIER in de HA’ndelsbeurs te Gent op donderdag 17 april 2008. (www.handelsbeurs.be ; www.marygauthier.com ; www.dianajonesmusic.com )

 

Een vriendin zei achteraf: ,,Toch spijtig dat er niet meer vrouwelijke singer-songwriters zo uit de hoek komen.’’ Ze had overschot van gelijk. Want er zijn er genoeg die lieve liedjes zingen en de dingen des levens, vooral dan de liefde, benaderen vanuit een enigszins kritische blik, maar zelden of nooit tot op het bot gaan, zelden of nooit thema’s aanboren die volstrekt buiten de begane paden liggen. Het is verfrissend te merken dat twee vrouwen die wel die éne stap verder hebben gezet, de handen in mekaar hebben geslagen om ons ,,Songs of Sorrow and Salvation from the American South’’ te brengen. Daarmee betreden ze, wellicht argeloos, het Walhalla van het gild, waar mensen als John Prine, Townes Van Zandt en Joni Mitchell thuishoren. Op dat niveau zitten ze, maar ze zijn tegelijk ook totaal ànders dan de genoemde coryfeeën: anders zouden ze daar ook niet thuishoren. Mary Gauthier (,,Go-Shay’’) uit Thibideaux, Louisiana, streek van de sugar cane, neemt Diana Jones op sleeptouw, adoptiekind uit New York, die haar echte ouders ging zoeken en vinden in East Tennessee om ten slotte via Austin in Nashville te belanden.

 

Wat een gedaanteverwisseling heeft Mary ondergaan! In onze contreien kwam ze onder de aandacht met haar tweede cd Drag Queens In Limousines, een meesterwerk zoals al de platen die ze sindsdien maakte (de eerste Dixie Kitchen herbergde al een paar klassiekers en wees al op een ongewoon talent, maar haalde nog niet het constante niveau van de opvolgers) Toen we ze die eerste maal gingen bekijken in de AB-Club, als voorprogramma van Michael De Jong (een schitterende dubbelaffiche overigens) was ze bijzonder onwennig, bijna verwonderd geen kippengaas te vinden tussen haar en het publiek, zoals doorgaans in de groezelige zaken waar ze in het thuisland ,,concerteerde’’: hoe zou ze de blikjes Budweiser en Lone Star kunnen ontwijken op deze manier? In heel haar manier van doen schemerde iets door van ,,excuseer dat ik u hier van uw tijd beroof’’, terwijl ze instant classics als Our Lady Of The Shooting Stars, Drag Queens In Limousines, Evangeline met zijn onvergetelijk refrein, Different Kind Of Gone, het hilarische I Drink en het pleidooi tegen de doodstraf Karla Faye uit haar mouw schudde…We herinneren ons een bloedstollende versie van Goddamn HIV, waarbij de tranen in haar…en onze ogen stonden, want da’s echt geen manier om een vriend te verliezen.

 

Opvolger Filth & Fire bracht nog kleppers voort als A Long Way To Fall, Sugar Cane, Camelot Motel (,,Eindelijk heb ik woord ‘kitchenette’ in een song kunnen verwerken’’) en het recht op het hart mikkend Christmas in Paradise, dat het opnam voor de arme drommels die kerst anders vieren dan hun rijke landgenoten, maar er zich minstens even goed bij voelen, één van die vele songs vertrokken vanuit de eigen leefwereld en in dit geval een eenmalige voorbijflitsende ontmoeting. Die songs zijn niet gewoon het gevolg van goeie observatie, het was ook dat Mary ,,van goeden huize’’ was om over de eeuwige tweeden, de gokkers, de marginalen, de bajesklanten, de drinkers en andere verslaafden, de klanten van groezelige motels, de weerloze duvels, de verschoppelingen te reflecteren. Ze had immers de wereld aan de zelfkant aan den lijve ondervonden en was zelf niets meer dan een loser, toch in een maatschappij die een mens meet aan de hand van zijn inkomsten en zijn uiterlijk.

 

Maar toen ze die Filth & Fire hier kwam voorstellen in haar derde concert op Belgische bodem (ze had nog het voorprogramma gedaan van de Walkabouts), weerom in de AB-Club, eind 2002 (en in mei 2003 in de Brugse Cactus Club) was er toch iets veranderd. De overtuiging was er altijd geweest. Ze had echter duidelijk ze aan zelfvertrouwen gewonnen. Het imago van onhandige verliezer was er nog steeds, omdat ze dat nu eenmaal zo lang geweest was. Maar er waren andere tijden op komst. Die kwamen er dank zij de cd’s Mercy Now en Between The Daylight And The Dark. Over de oceaan viel men massaal voor deze dubbele bevestiging van haar unieke talenten. Daarom ook dat we zo lang hebben moeten wachten om haar opnieuw te zien (of zij we een concert vergeten?!) Dat heeft ze dan dubbel en dik goed gemaakt met dit concert in de Gentse HA’ndelsbeurs, die haar mindere periode in het programmeren (van niet-klassieke muziek) in de laatste jaren nu helemaal te boven gekomen is.

 

Diana Jones hadden we nog niet zo lang geleden gezien, in de Brugse Stadsschouwburg als support voor Richard Thompson en band, meerbepaald op 10 oktober verleden jaar. Ze liet toen met ook slechts zeven songs, voor een deel afkomstig van haar derde cd My Remembrance Of You, een onvergetelijke indruk. Men vergelijkt haar met Gillian Welch of Iris DeMent, en die vergelijking gaat voor een stuk ook op omdat ook Jones beschikt over een even uniek stemgeluid en duidelijk even eigenzinnig te werk gaat. Pretty Girl, waarmee ze van wal stak, klinkt voluit als Don’t wanna be a pretty girl anymore: met dit meisje wordt niet gesold. Terwijl haar leeftijdsgenoten op de trendy namen van het moment sprongen luisterde zij naar Patsy Cline en Johnny Cash. Die laatste inspireerde de volgende song Willow Tree. De dood als thema schrikt haar niet af, ook niet haar eigen dood als in Cold Grey Ground. Dat brengt ze a capella terwijl het op cd een uitermate stoffig, roestig folk arrangement meekrijgt.

 

Haar uitspraken confirmeren de indruk dat ze ànders is. ,,Ik heb maar twee liefdesliedjes, en één gaat dan nog over mijn hond.’’ Maar een liefdesbrief uit Schotland inspireert haar tot het schrijven van een song die een groot inlevingsvermogen verraadt: de finale bedenking ,,How I love you Mary’’ is van een onwereldse tederheid en vat de tragiek van het lied perfect samen. Eindigen doet ze zoals in Brugge met het pakkende Pony, waarin ze de herinnering aan haar overleden opa, de eerste die in haar artistieke carrière geloofde, op een verrassende wijze verbindt met de bedenking dat de blanken de native Americans hun eigen cultuur hebben ontzegd. Ook nu gaat de Indianenzang aan het eind door merg en been. Kan het zijn dat Diana Jones op enkele maanden tijd nog zoveel gegroeid is als uitvoerend artieste? Jawel. En misschien is dat op het conto te schrijven van de dame die haar op sleeptouw nam.

 

Want wat gezegd over Mary? Wèg die schuchtere, wat stuntelige vrouw die amper durfde opkijken terwijl ze de diamantjes uit haar mouw schudde. Ze kwam op en greep zonder verpinken iedereen bij het nekvel met een schitterende uitvoering van de opener van Mercy Now, Falling Out Of Love. Het was alsof de hele zaal de hele tijd de adem inhield, bijna akelig stil. Haar gloedvolle ode aan de zwervers uit de tijd van de eindeloze goederentreinen, Last Of The Hobo Kings, was al even beklijvend. De nieuwe Mary Gauthier ziet er ook geweldig uit. Deze restyling doet geen afbreuk aan haar nog even grote bescheidenheid, aan de kwaliteit van de songs waar ze achter staat. Het is geen image building, ze blijft gewoon zichzelf, lijzig zingend in dat zware dialect van diep in Louisiana, maar ze doet de hoofden draaien. Een diepgravende, introspectieve song die we niet kennen, maar met een knap refrein (,,I didn’t know I was that way’’), dan I Drink, dat ze voor Mercy Now heropnam en al minstens één song is die haar op de landkaart gezet heeft (,,Als je in Nashville woont moet je minstens één song hebben over zuipen’’), en Mercy Now zelf rondden deze veel te korte solo set af.


Tijd voor de twee dames om samen te musiceren. Eerlijk gezegd zagen we dat met enige reserve tegemoet, want stonden die eigenheid en die zo verschillende stemmen niet elk harmonisch samengaan in de weg? Nou, dan hadden ze dat wel goed uitgekiend:  de combinatie klonk gewoonweg goddelijk…
The Everly Sisters! Al hadden ze het zelf over de…flea market whores, want ze dollen wat af op het toneel. Zoals ze Snakebit en Wheel Inside The Wheel (For Dave Carter) brachten, mogen ze gerust als duo verder gaan. De close harmony in het schrijnende Before You Leave was simpelweg adembenemend. Blijkbaar schrijven ze intussen ook samen. Daaronder ,,wiegenliedjes voor volwassenen’’, en mooie ook: als Twilight Lullaby de voorbode is van een hele cd, dan staat er ons nog veel moois te wachten. 

 

Na het concert stonden hele rijen te wachten om cd’s aan te schaffen en die te laten signeren: zelden zo’n bestorming geweten. Je zag het, je hoorde het aan de commentaren: dit dubbelconcert had zijn sporen nagelaten.

 

Antoine Légat (25 04 2008)

 

 

 

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Muziek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s