Een ware demonstratie van vocaal en percussief kunnen, maar wij onthouden vooral het grote hart waarmee Tiharea ons meenam naar het magische Madagaskar…

 

TIHAREA in CC De Spil te Roeselare op woensdag 5 maart 2008.

 

Hartverwarmend en leerrijk concert door een trio dat in onze koude streken de muziek van het Antandroy volk in Zuid-Madagaskar propageert. Madagaskar is het vierde grootste eiland ter wereld, is gezegend met een heerlijk klimaat dat meehielp om een unieke fauna en flora op te bouwen. Door zijn splendid isolation is ook alles wat er door mensenhand kwam anders dan elders geëvolueerd. Tegelijk lokte het eiland over de eeuwen heen allerlei, niet altijd vredelievende volkeren die er hun sporen nalieten: de bantoes van Afrika die de eerste bewoners van Maleisisch-Polynesische afkomst aanvulden, de Arabieren, die zowel het schrift als de slavenhandel importeerden, de Portugezen die het eiland Sao Lourenzo doopte, de Fransen die het eiland lang bezet hielden en het Frans er tot de tweede taal maakten (sinds kort is Engels de derde), en dat is maar een staalkaart.

 

In 1960 werd het eiland onafhankelijk. Dictaturen die het socialisme propageerden mondden opnieuw uit in een wankele democratie die er niet in slaagt het land voor de totale economische teloorgang te behoeden, net zoals in overbuur Zimbabwe. En zoals in Brazilië leidt de slash-and-burn politiek tot de vernietiging van de wouden en hun fauna, zonder dat het op termijn de landbouw ten goede komt. En toch, toch zingen de mensen er, geïnspireerd door het weer,van ’s morgens tot ’s avonds. Alles wordt zingend gedaan: feesten, eten maken, wassen, rouwen, begraven (het famadihana ritueel), zelfs aan politiek doen (de hiragasy bijeenkomsten!) Vreugde, verdriet, woede, ontgoocheling, jaloezie, het worden allemaal gezangen. Want wat moet Madagaskar mooi zijn, met boeiende volkeren (zesendertig ethnieën) en een erg welluidende, beeldrijke eenheidstaal, die als het ware smeekt om gezongen te worden. De rituele origine van de gezangen geeft daar bovendien een ongemeen groot prestige aan.

 

Toen de zusjes Marie Chantal (Talike), Adelaïde (Delake) en Victoire Madeleine (Vicky) Gallé in onze streken belandden, bleven ze zingen, onder de noemer Tiharea, en dat leverde hen al meteen na de oprichting in 1998 de eerste plaats op in Kleurrijk Talent, wedstrijd in België en Nederland voor wereldmuziek groepen. In 2000 namen ze o.l.v. van Ben Mandelson, de befaamde muzikant (Shriekback, 3 Mustaphas 3…) en wereldmuziekproducer (Klezmatics, Drummers Of The Nile…), in de in stemmenwerk gespecialiseerde EuroGospel Studio in La Louvière de cd Tiharea op, een verzorgde plaat, die in 2003 een al even lovend ontvangen opvolger kreeg, Ry Kampala. We zijn tien jaar verder en de groep is ook live tot grote maturiteit gekomen, terwijl de oorspronkelijke doestellingen bewaard bleven: de gezangen en de cultuur van de Antandroy (en de andere inwoners van het eiland) in zijn pure vorm kenbaar maken, waarbij plezier maken op podium én de (h)eerlijke stem zijn van de verdrukte vrouwen van Madagaskar harmonieus hand in hand gaan.

 

Vicky was er niet bij, woensdag 5 maart in CC De Spil in Roeselare, omwille van studies aan de Universiteit van Hamburg, maar ze werd vakkundig vervangen door Ando. Men kon vrezen dat het trio na enkele minuten zou beginnen vervelen (drie stemmen zingend in een onbekende taal met hoogstens een beetje slagwerk erbij…niet meteen het ideale scenario voor een leuk avondje uit…), maar dat was zonder Tiharea gerekend: in twee vrij lange sets brachten ze ruim twintig stukken en geen moment kreeg je de kans om nog maar het woord ,,verveling’’ uit te spreken. Er was altijd wat te zien: de klederdracht, de haartooi, de zwierige gebaren, het stijlvolle bewegen en dansen, de gevarieerde percussie. Er was voortdurend duiding en vooral, er viel zeer veel moois te horen in een eindeloze afwisseling van ongewone intervallen, melismes en vocalises, kreten, gefluister, gekir, gezucht en gewoonweg àlles wat je met een (mooie!) stem kan doen (tot een soort beatboxen toe) Al leek het eerst tot mislukken gedoemd met ons, stijve noorderlingen, Talike’s pogingen om het publiek aan het zingen te krijgen, lukten wonderwel. Het dansen kwam er niet van, maar ach, there’s always a next time! De dames mogen inderdaad gerust wat vaker optreden.

 

Tiharea betekent ‘rijkdom’, maar dan wel in de zin van geestelijke rijkdom van een volk of individu. We nemen aan dat de groep zeer dicht aanleunt bij de eigen cultuur. Talike werkt zich daarbij op als de spreekbuis van Tiharea (in Frans en even zelfs in Nederlands) en ook bij de zang neemt ze het voortouw, wat niet betekent dat de twee anderen tweede garnituur zijn. Integendeel, de polyharmonische zang, die niet toevallig erg aan de zang van Soweto, Zuid-Afrika doet denken (denk aan de Mahotella Queens), of zelfs aan de Congolese zang (Zap Mama!), eist de volledige inzet en…harmonie van de drie stemmen. Voor elk nummer wordt er heel kort ,,bijgestemd’’ zodat de zangen op de precieze toonhoogte starten. Op die momentjes van kalmte na, is het één explosie van vitaliteit, vuur en dynamisme, en altijd met die natuurlijke, ontwapenende glimlach.

 

Behalve de muziek blijven ook de commentaren nazinderen. Die kwamen onveranderlijk van Talike, toch in het begin, in het tweede deel nam ook Delake af en toe het woord. Mainte (Zwart) zette al meteen de toon met krachtige zang.  Talike danste het ritme met belletjes aan de enkels en het kloppen op de borst zorgde voor percussie. Het volgende Holy Raho beschrijft een typische Malagasy situatie: een erg jong meisje wordt uitgehuwelijkt aan een oude steenrijke man die veraf woont. Alles herinnert haar aan haar thuis en…aan haar belofte: ,,Je reviendrai!’’ Bij Ry Ampela vertelt Talike hoe de vrouwen tijdens de droogte mijlen ver moeten gaan om water te halen. Ze nemen tegelijk de baby mee…en de vuile was…en toch zingen ze, ondanks de vermoeidheid. Ze doen dat eens in de week, de dag voor de markt zodat ze toch nog netjes in het openbaar kunnen verschijnen.

 

Heimwee kent men ook op het zuiderse eiland. Nostalgie kent geen geneesmiddel maar zingen verzacht de pijn (Siloke Raho Ene) De percussie die verspreid ligt in de mooi uitgebouwde setting, komt voor het eerst aan bod: een soort djembe, katsa (elke vorm van zelfgemaakte bus of conservenblik met daarin steentjes of rijstkorrels of wat maar kan rammelen) en tamboerijn. Later komen er nog shakers en scheidsrechtersfluitjes bij en bespeelt Talike ook de langoro, staande trom, met twijgen, maar de zang blijft altijd centraal. Vorombe (de –o-’s spreekt men meer uit als ,,oe’’ in het Malagasy) is een grote vogel met een zeer typische kreet. Hij dient dan ook als illustratie voor het spreekwoord dat ,,iedereen moet zingen zoals hij gebekt is’’. Ranini illustreert hoe de dorpen met mekaar communiceren: de stem dient dan als tam-tam. Talike blijkt ook in de hoge regionen bijzonder krachtig te kunnen uithalen, terwijl Delake heel diep kan gaan. Ando heeft dan weer een hogere maar fijnere stem. Maar soms zingen ze dusdanig dat je het onderscheid niet meer kan horen. Het ligt ver van de Europese vocale scholing, maar het is even uitgewerkt en zoveel soepeler en zo soulvol.

 

Bakai is een wiegenlied, maar je valt hier zeker niet van in slaap: een onderhouden ritme zorgt daarvoor. Rangavola spreekt over de levensles dat je geluk niet te ver moet gaan zoeken, dat je tevreden moet zijn met wat je hebt. Het leven is soms wreed, maar altijd mooi, de moeite geleefd te worden. Aan het eind van deel I probeert Talike het dan met de zangstonde. Met charmante overtuigingskracht krijgt ze toch de rigor mortis uit de zaal en antwoordt ieder dan haar ,,Gike!’’ met een ,,Agike!’’. Bij het weggaan geeft Delake nog een enthousiaste demonstratie op de langoro: het meisje krijgt er maar niet genoeg van!

 

Na de pauze komt eerst een reeks liederen met minder commentaar, wat het tempo ten goede komt. Voité is niet alleen een vrouwenvoornaam, maar ook een halssnoer: het stemmengebruik in deze zang is razend knap, zelden gehoord. Manatena is een lied van hoop, de hoop dat er ooit weer voldoende voedsel is voor iedereen. Niet het geval op dit moment op het Rode Eiland (zoals Madagaskar ook bekend staat, omwille van de kleur der aarde in een deel van de hooglanden) Het lied doet erg Zuid-Afrikaans aan. Een ode aan Madagaskar legt uit waarom rood, wit en groen de nationale kleuren zijn. Katrehake verwijst naar de wedstrijd waar de jongens van het dorp worstelen, terwijl de meisjes er rond staan te zingen in aanmoediging. De overwinnaar mag het meisje van zijn keus daten voor één avond…of voor de rest van zijn leven, dat kan ook! Na Torina, waarbij Delake nu wat meer tijd uittrekt om haar persoonlijke katsa te tonen, komt Angira. Dat is de stok waarmee de mannen bewijzen dat ze besneden zijn, een voorwaarde op ,,Gaskar’’ om te mogen trouwen. Zij tonen die stok dan ook met fierheid, terwijl de meisjes over de angira zingen. ,,Maar eigenlijk is het niet dié stok die ze bezingen’’ voegt Talike er ondeugend aan toe. Na een nieuwe ,,Gike!’’ – ,,Agike!’’ foltering, in ons geval toch mogen we handjeklap doen, dan wel op een originele wijze (je moest het maar eens meemaken), waarbij Talike elke muzikale zin eindigt met ,,Zoem!’’. Het einde nadert.

 

Elke zangeres mag nu solo haar ‘zeg’ doen. Talike bezingt haar moeder in het zelf geschreven, ontroerende Mamabé. Dat betekent eigenlijk gewoon ,,Grootmoeder’’ maar haar ma kreeg die koosnaam omwille van haar grote hart dat openstaat voor iedereen in het dorp. Ando’s hooggestemde ode gaat over ,,suivre son coeur, ne pas rester sur les disputes…’’. Wij hoorden d’engelen zingen. Delake rondt het af met Veliki, een danklied, waarbij ze haar stem op weer heel andere manier laat klinken, eens te meer vrij spectaculair. Het drietal sluit af met een uitbundig Sarobaly (Jaloezie) Hierna komt nog een bisnummer, met nogmaals ander stemgebruik, en mept Dalike nog eens ongemeen fors en langdurig op de langoro: het musiceren zit deze mensen nu eenmaal in het bloed! Het concert was een ware demonstratie van vocaal en percussief kunnen, maar wij onthouden vooral het grote hart waarmee Tiharea ons meenam naar het magische eiland aan de andere zijde van deze aardbol. (Antoine Légat; 06 03 08)

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Muziek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s