Joe Henry in de HA’ndelsbeurs in…2004

Bij het schrijven van ons stuk over Joe Henry in de Gentse HA’ndelsbeurs op 20 februari, stootten we op ons verslag van Joe’s concert in diezelfde HA’ als één van de vele artiesten van Route 04, toedertijd nog voor Rootstown Music geschreven. Joe was geweldig vorige woensdag, maar dat was hij in 2004 ook al! Maar toen kwamen voor hem (en Pieter-Jan De Smet en de Twinemen) maar een honderdtal mensen op, wat we bijzonder sneu vonden. De ,,inhaalbeweging” van woensdag (alle vierhonderd zitjes weken op voorhand uitverkocht, staande ovatie, frenetieke adoratie) vonden we dan ook iets pathetisch hebben. Maar dat kan ook gewoon ons slecht karakter zijn.
Here goes!
 
,,…Tussen PJDS en Twinemen in mocht Joe Henry aantreden, voor het eerst in twaalf jaar weer in ons land, als we dat tenminste goed hebben. Aanleiding is dat de schoonbroer van Madonna zichzelf in het nieuws werkte: hij produceerde de spraakmakende CD Don’t Give Up On Me van Solomon Burke. Zijn eigen platen mogen intussen op steeds meer bijval rekenen. Fuse (’99), Scar (’01) en de recente Tiny Voices vallen niet alleen op door het gave songschrijven, maar ook door de jazz arrangementen. Wat de grote Ornette Coleman, Brad Mehldau en Marc Ribot presteren op Scar, om nog te zwijgen van David Pilch, Meshell Ndegéocello of Abe Laboriel Jr., is van grote klasse. Maar Henry had deze hoge pieten niet nodig om met een trio de liefhebber van singer-songwriting te overtuigen. Enigszins spijtig dat ie zijn ouwe repertoire (uit die briljante Shuffletown bij voorbeeld: met deze aan Tom Waits refererende CD zagen we hem schitteren in de Brusselse Falstaff zovele jaren terug) niet meer speelt, maar het bewijst de relevantie van zijn recenter werk. Maar ook verschillende te verwachten songs van Tiny Voices schitterden door hun afwezigheid (al hoorden we wel This Afternoon, Dirty Magazine en het titelnummer): geen Your Side Of My World, Sold, Widows Of The Revolution, Lighthouse…Henry heeft ze niet eens nodig. Och, het is allemaal niet zo spectaculair, maar wel allemaal erg goed gedaan. Henry straalt présence uit, zonder dat ie daarvoor gekke dingen behoeft te doen. Hij heeft een snik in de keel die je pakt (of niet natuurlijk) en dan ben je weg, mee op een ragfijne trip waar je een uur lang mateloos van geniet (of je blauw aan ergert) We hoorden iemand achteraf verzuchten: ,,Is het maar dat?’’ Wij dachten: ,,Het is maar dat, gelukkig!’’ Maar alles van waarde is weerloos, zei Lucebert. Misschien doelde de dichter wel op de pracht van het openingsduo Monkey en Trampoline, dat laatste in hemelse livrei. Stop leidde hij in met de nu bij de betere Amerikaanse artiesten haast traditionele, obligate bede om vergeving voor de schanddaden van het eigen staatshoofd. ,,Jullie weten wat er bij ons gebeurd is. I’m sorry about it.’’ Maar zolang er muziek als deze uit the land of the free ons bereikt, komt het allemaal wel weer goed, Joe! En bedankt voor het bisnummer, een passend epitaaf voor dit Route 04: ,,A mark so fine, but still a scar’’, de melancholie ten voeten uit…”
 
Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Muziek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s