Steve Earle in de HA’ndelsbeurs op 2 februari 2008

We lazen vreemde dingen over dit concert…Steve Earle ‘zwalpend’? Allison Moorer ‘flets’? Zeker van dat het om hetzelfde concert ging?!
 

Steve EARLE (support Allison MOORER) in de HA’ndelsbeurs te Gent op zaterdag 2 februari 2008 (te vinden op www.folkroddels.be )

 

Geen vol huis voor Steve Earle in de Gentse HA’ndelsbeurs, al scheelde dat niet veel, terwijl Joe Henry op 20 februari nu al onherroepelijk sold out is. Maar Henry is een zittend concert (capaciteit 400), zijn recente Civilians heeft brokken gemaakt en is terug te vinden op menige eindejaarslijst. Zijn producties voor de grootsten der aarde, van Solomon Burke over Bettye LaVette en Elvis Costello & Allen Toussaint tot Loudon Wainwright III, spelen beslist ook een rol. Het is ook het enige concert in de buurt, op de twee Nederlandse optredens na, een paar dagen tevoren. Eén daarvan is trouwens verplaatst naar de Paradiso om te beantwoorden aan de ook daar overweldigende vraag. Beetje vreemd: het vorige concert van Joe Henry in dezelfde HA’ lokte pakweg zo’n honderd mensen…Het was buiten kijf één der beste concerten die we ooit, waar dan ook zagen (en we zijn hierin niet alleen)!

 

Steve Earle was dan weer een staand concert, wat de zaalcapaciteit ongeveer verdubbelt. Earle komt geregeld terug, en dan is het nieuwe er wel van af, en zijn laatste Washington Square Serenade (WSS) kreeg een gemiddelde ontvangst, ondanks zijn opmerkelijke verhuis naar New York en een aantal nieuwe parels aan de kroon. De man uit Nashville is echter een huis van vertrouwen, een singer-songwriter die aardig weet te balanceren tussen rock, folk en country, een handjevol klassiekers op zijn naam heeft en zijn hart op zijn tong heeft. Samen met Joe Ely, Dwight Yoakam en Randy Travis is hij de grondlegger van de alt.country. Je kan er donder op zeggen dat hij op een podium met verve en bakken humor ventileert wat op zijn lever ligt, niet zelden het ,,beleid’’ van zijn leiders, iets waar vooral Europese fans pap van lusten. Anderzijds weet hij de gevoelige snaar te raken. Dat was zaterdag 2 februari wel weer heel opvallend.

 

Niet alleen op The big Apple is Steve verliefd geworden, hij heeft ook singer-songwriter Allison Moorer tot zijn echtgenote gemaakt, zijn zevende al (de optelsom ligt zo hoog omdat hij in de late eighties, begin nineties door het lint ging als womanizer) Moorer ontpopt zich tot zijn Grote Muze, een beetje als Patti Scialfa bij Bruce Springsteen. Steve kan over haar niet zwijgen, zowel in zijn liedjes als in zijn commentaren. Het was geen wonder dat ze het voorprogramma verzorgde. Wie echter, zoals wij, benieuwd waren naar haar eigen werk, kwam bedrogen uit. Ze bracht werk uit Mockingbird, een cd met op de titelsong na geliefkoosde covers van door vrouwen geschreven songs, in goede banen geleid door niemand minder dan Buddy Miller.

 

Moorer ziet er goed uit (al ooit een rockster gezien met een Sara aan zijn zijde?), heeft een prachtige stem en staat er op toneel, maar het oordeel was vrij unaniem: zij straalt geen persoonlijkheid uit, zoals manlief, ook al een heel stuk ouder, dat wel doet, of zoals de groten in haar werkveld, zoals Lucinda Williams, Gillian Welch of Iris DeMent, verre van. We hebben ons echter niet verveeld met Mockingbird, I’m Looking For Blue Eyes van de bijna vergeten maar nog altijd zeer gewaardeerde Jessi Colter (,,My Daddy learnt me this song’’), een al te voor de hand liggend maar waardig Both Sides Now van Joni Mitchell (dit kreeg de handen echt op elkaar, omdat Moorers stem er zich toe leent), een emotievol gebracht Orphan Train van Julie Miller (Buddy’s vrouw), misschien de beste uitvoering in deze korte set, maar Dancing Barefoot van Patti Smith was op het randje, een geval van halve miscasting. Helaas geen versie van het op cd erg geslaagde Go Leave van Kate & Anna McGarrigle. Ze sluit met A Change Is Gonna Come van Sam Cooke, ook bekend van de Neville Brothers bij wie haar versie aanleunde (maar niet op Mockingbird)

 

Steve Earle moet gedacht hebben: ik splits ze maar meteen al de toppers in de maag, zijn we daar van af en doe ik verder mijn zin! Geen slecht idee want zo kregen we op een voorschoot Steve’s Last Ramble (ook bekend als Hang Up My Highway Shoes), Devil’s Right Hand, My Old Friend The Blues, Someday, She’s Gone, en het nog steeds zalige en, als je het zelf hebt meegemaakt, tegelijk zielige (Can’t Remember If We Said) Goodbye. Da’s al een halve best of! Het vervolg zou bestaan uit een mix van ouder werk met de songs van Washington Square Serenade. Zo volgde Billy Austin, de fameuze song over een ter dood veroordeelde, zeer populair in Texas! Erg controversieel onderwerp dus. In de States staat die dan ook niet steeds op de playlist, die Steve overigens nooit opmaakt, maar we merken wel dat de diverse setlists van  concerten in de States in de laatste maanden nogal gelijklopend zijn. De man blinkt niet uit in instrumentale finesse. Dat hoeft ook niet in zijn aanpak. Het gitaarspel mag gerust een beetje slordig zijn, of raunchy, naargelang men daar tegen aan kijkt.

 

Maar wanneer een DJ (Neil McDonald?) aantreedt, is het van het goede te weinig: de man is een levende ritmebox annex drumcomputer. Die backings staan afgrijselijk luid, klinken schril en brengen finaal niets bij. Ze vervangen allerminst een, toegegeven, dure band. Jericho Road krijgt desondanks een fijne beurt, net als Cckmp (Cocaine Cannot Kill My Pain) Oneigenlijk gebruikte tabla onderstrepen Transcendental Blues. Als hij Sparkle & Shine aansnijdt, de ode aan Allison uit zijn nieuwste, dan weet je dat ze in de koelissen staat, en jawel, na die zeer enthousiast gebrachte song brengen ze een duet. Steve herinnert er aan dat hij al heel vaak een duet schreef en uitvoerde met  de dames voor wie hij het schreef (daaronder zus Stacey), maar er is een groot verschil: ,,This duet doesn’t require ACTING whatsoever!’’ Ha, wat kan de liefde schoon zijn!!! De song in kwestie, Days Aren’t Long Enough (uit WSS), onderstreept hoe goed beide samen klinken.

 

Volgen een paar songs uit die laatste: Down Here Below en het knappe City Of Immigrants. Deze laatste song brengt eindelijk een ander facet van Steve Earle naar boven (heeft lang geduurd voor het kwam, ditmaal!), de hemelbestormer met het opgeheven vingertje. Maar je kan hem bezwaarlijk ongelijk geven: ,,Verkiezingsjaar in de States! Een groot thema in de debatten is de immigratie, en hoe we die moeten ‘indijken’. Men gaat hierbij galant voorbij aan het feit dat migratie een wezenskenmerk is van de mens. Slechts in onze tijd, met zijn kunstmatige grenzen, maakt men daar een probleem van. Let op, Europa, laat u niet vangen, vergeet het nooit uit het oog: wij zijn allemààl immigranten!’’ Zo kennen we onze Steve! Opnieuw haalt hij de banjo boven, ,,maar ’t is niet om blue grass te spelen. Die mannen kunnen pas spelen! Ik gebruik het om…schapen bang te maken!’’ Welk snaarinstrument hij ook boven haalt, gitaar, mandocello, resonator, dezelfde opmerking geldt. Maar dat geeft niet, erger zijn de ingrepen van de DJ.

 

Het mooie, naar Ierse roos verwijzende Galway Girl is de gedroomde overstap naar de zogenaamde ‘meezinger’. Eigenlijk is het Steves excuus om nog eens te beginnen over dé oorlog. ,,I need your help…I am not going to stop singing until the war is over. This is not my war, this is not Bush’s war, this is not America’s war, this is OUR war!’’ Steve’s Hammer (For Pete) is het lied van dienst. Het staat op WSS en laat er geen twijfel over bestaan: ,,One of these days I’m gonna lay this hammer down, leave my burden restin’ on the ground, when the air don’t choke and the ocean’s clean and the kids don’t die for gasoline.’’ Ja, lap. Niet gans tevreden met de ‘samenzang’ laat hij zijn opinie kennen ,,That sucked!’’. Hilariteit. Hij sluit het optreden met het slotnummer van de laatste: Way Down In The Hole. Wie die duivel is die we way down in the hole moeten houden, zegt hij niet, maar we hebben zo’n blauw vermoeden waar deze uit de hand gelopen gospel op doelt. Satellite Radio is een sterk moment, met die bijpassende vervormde stem en de dobro, en zowaar krijgen we enkele seconden scratching te horen van de weer opgedoken DJ.

 

In de eerste encore haalt hij nog eens zwaar uit tegen de oorlog: ,,He joined the army because he had nowhere else to go’’. Hou de mensen arm en ze moeten wel naar je pijpen dansen. Dat is het lot van zovele sukkelaars, ,,a poor boy in a rich man’s war.’’ (Rich Man’s War) Het tweede bisnummer werd het emo moment van de avond. Kort geleden is zijn vader Jack Earle overleden. Hij was ziek, maar het einde kwam toch nog onverwacht. Tijdens de begrafenis overdacht Steve dat het maar gelukkig was dat zijn vader geen van zijn kinderen moest begraven. Nochtans was hij daar dicht bij, want twintig jaar geleden leek Steve met zijn losbandig gedrag, drugs- en alcoholverslaving goed op weg om de zoveelste rockdode te worden.

 

Pas in ’93 gooide hij het roer helemaal om. Op Train A Comin’ rekende hij af met zijn demonen. Enige tijd later kwam hij dat ook in België verkondigen, in een spraakmakend drie uur durend concert in de toenmalige ondergrondse Cactus Club in de Brugse Sint-Jacobsstraat. Earle wist toen inderdaad van geen ophouden en verkondigde luid dat hij het voortaan zou opnemen voor zichzelf en voor zijn kinderen. Hij had voor zijn in ‘84 twee jaar oude zoon Justin een lied geschreven en dat bracht hij tien jaar later in Brugge. Steve hield sindsdien woord. Hij vond persoonlijk en artistiek zijn tweede adem en zijn leven bleef op de rails.

 

Nu is Justin er 26 (en Ian 21) Beide zonenK waren jarig in januari (Steve ook: ,,January is an expensive month in our family’’) Hij draagt ook vanavond de song aan hen op, aan de rest van zijn familie en aan Jackson, de jarige zoon van dierbare toermanager Patrick. Ook aan zijn ma, die pa kende sinds haar vijftiende en nu alleen verder door het leven moet. ,,But mostly for Jack Earle’’. Little Rock ’n Roller gaat recht naar het hart: ,,Hey little guy, I can’t believe you answered the phone. I guess I didnt know you could do that, God help me, have I been gone that long? I’m in a truck stop somewhere on the Arkansas line.’’ Ook zonder opgeheven vingertje kan een boodschap zonneklaar zijn…Tja, net als bij die andere zingende familie, die van de Wainwrights, met daaraan gekoppeld de McGarrigles en de Roches, krijgen we een open blik op een muzikale familiekroniek.

 

Het is een mooi eindpunt van de avond, maar zo zien de aanwezigen dat niet. Steve weet dat er nog één song moet komen, die waarmee het allemaal begon. Copperhead Road is dan ook de traditionele afsluiter. Opnieuw bracht hij tegen de dertig songs. Wat er ook van zij, bij Steve Earle krijg je waar voor je geld. Nu nog die levende rhythm box buiten. Tot volgend jaar of zo, dan maar weer?

 

Antoine Légat (03 02 08)

 

PS Deze commentaar plaatsten we bij ons eigen artikel op Folkroddels:

 

Er werd me op gewezen dat mensen die vooraan stonden geen last hadden van het uit balans zijn van de DJ en er zelfs van wisten te genieten, ondanks enig wantrouwen vooraf. Da’s genoteerd!
Mensen die daar veel meer van afweten dan ik en die Allison Moorer al drie maal aan het werk zagen en haar zelfs kennen van voor ze met Steve Earle trouwde, verzekeren me dat niet alleen haar stem, maar ook haar presence (Sara?) gunstig opvallen. Men zegt dat de live performance op de DVD/cd ‘SHOW’ van het strafste is wat je in het singer-songwriter genre kan vinden. Zo zie je maar! Wij buigen ootmoedig het hoofd.

Antoine Légat.

Twan, 04/02/2008 01:58 (37264)top

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Muziek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s