Palio-Paréa: Griekse rebètika uit…Nederland!

 

PALIO-PARÉA, tweede act (vanaf 17.20) op het eerste EUROPALIA Festival in CC De Herbakker te Eeklo op zondag 16 december 2007.

 

,,Is dat nu Griekse muziek?! Wat vreselijk! En zo eentonig!’’ De niet meer zo jonge mevrouw van de rij achter ons spaarde de kritiek niet na het concert van Palio-Paréa, het rebètika luik van het allereerste Europalia Festival in CC De Herbakker te Eeklo. En inderdaad, voor iemand die helemààl niet vertrouwd is met Griekse muziek, laat staan deze muziek van de zelfkant, moet het één lang monotoon gejengel en gejank geweest zijn…Maar was dat ook niet zo bij het eerste glas retsina, de harswijn die met petroleum aangemaakt lijkt? En wat met die ouzo, die olijven, de kalamaràkia, de dolmades (de wijnbladeren!) en andere foltertuigen uit de Griekse keuken, die jou de eerste maal volstrekt onverteerbaar toeschijnen? Na enkele keren worden ze drie sterren lekkernijen, die mede verklaren waarom een Griekse kunstschilder-pottenbakker me zei: ,,Believe me, my friend, Greece is the last paradise on earth’’.

 

Want, met alle respect, de rebètika is (eigenlijk: zijn; enk. rebètiko; maar men gebruikt ze door mekaar) is de verzamelnaam voor een handvol verwante muziekvormen, ontstaan uit de miserie van gewone lieden, in groezelige achterbuurten, hasjkits en gevangenissen, en mede daarom zo kleurrijk, sociaal boeiend en vol pittige, markante details. Ruim een halve eeuw morsdood maar lillend van het leven! Wie daar kennis mee wil maken, kan Rebetiko eens uitproberen. Deze prent van Kostas Ferris is een vrij somber en enigszins overgestileerd, maar erg sfeervol en zelfs gloedvol aperçu van het leven van Marika Ninou, schitterende zangeres bij de allergrootste rebètika muzikant Vasilis Tsitsànis (de briljante soundtrack Rebetiko, muzikale pastiche op het genre, is van de hand van Stavros Xarhàkos, die al even knappe retro teksten van Nikos Gatsos verklankte)

 

België heeft weinig te bieden op het vlak van rebètika, op het hoogst occasionele concert van een Manólis Pappos, een Lela Papadopoùlou of een Agathonas Iakovídhou na. Wannes kent beslist wel enkele goede adressen in de Brusselse rebètika sien, die voor het overige bijzonder hermetisch is. En een of andere malloot houdt er nog wel eens een niet zo druk bijgewoonde spreekbeurt over. Het Nederlandse Palio-Paréa is dan één van de weinige gedegen gidsen in onze lage landen. Meer nog, het trio draagt via nieuwe songs bij aan de hedendaagse rebètika…als die definitie ten minste mag gebruikt worden.

 

Want voor de ware fans kent de rebètika maar twee bloeiperiodes. Die waren uiterst kort en zijn onherroepelijk voorbij: 1933-1937 en 1948-1952, zegt men meestal. Die fans kennen ook nog genade aan de opnames van voor de eerste Griekse studio in ‘33 (in Constantinopel en…de Verenigde Staten!) en aan de smyrnèïka, aanverwant en meer professioneel genre, overgewaaid met de vluchtelingen uit Klein-Azië na het Griekse débâcle van 1922. Maar alles wat na ’52 werd geproduceerd bekijken ze argwanend, als zijnde afkooksels, in het beste geval te klasseren onder de laïkà, de Griekse pop. Zelfs de revival van de seventies, na het kolonelsregime, toen opnieuw ,,authentieke’’ rebètika werd gespeeld, kan, ondanks kwaliteitswerk, de purist nauwelijks bekoren, een dinosaurus als Iordànis Tsomídhis of pre-rebètika freaks als de Monolithikí Kompanía niet te na gesproken.

 

Palio-Paréa benadert de rebètika echter met de spirit van de eerste manges of rebètes: ,,We leven maar één keer, waarom zouden we ons dan niet te pletter amuseren?’’ Tegelijk willen ze de mensen ook informeren, dat die muziek überhaupt bestààt, en dat ze meer verschijningsvormen en diepgang heeft dan men bij dat eerste contact zou vermoeden. Aan hen zal het niet liggen: Loek Schrievers is live de motor van de kompanía (zoals zo’n gezelschap heet) De bouzouki en de tzouras (een iets kleinere luit), de mandoline en de outi (dikbuikige luit) kennen geen geheim voor hem. Loek kan zo mee in een Atheense kompanía. Hij schrijft bovendien al eens een deun. Carel Van Rijn biedt uitstekende ondersteuning op akoestische gitaar: net als in zigeuner- en/of swingjazz is die ,,slaggitaar’’ vitaal!

 

Zangeres Margôt Schenk speelt de baghlamàs, het vestzak broertje van de bouzouki en nog hoger van klank. Haar enthousiasme en inleving in de songs werkt aanstekelijk. Ze wijkt vocaal soms af van wat puristen ,,het rechte pad’’ zouden noemen, maar dat doen zangeressen in Hellas ook. Dat weet je wel als je al eens een club in Athene of Thessaloníki bezoekt. Waarom dan niet een ,,Nederlandse’’ interpretatie, als die het basismateriaal respecteert? Als ze Piraeusstijl zingt (wat de mensen meestal aanzien als dé rebètika) is ze op haar best, met een goeie uitspraak van het Grieks.

 

Wat haar blijkbaar iets minder goed afgaat, zijn de meer gesofistikeerde oriëntale smyrnèïka met hun melismen. Dat is ten minste een vaststelling aan de hand van dit concert. Dat bleek in het vrij complexe Yati fumaro Kokkaïni (Waarom ik cocaïne gebruik) Het was dan ook het lijflied van de grote Rosa Eskenazi, met Ninou, Rita Abadzí, de ,,Amerikaanse’’ Marika Papajika en Sotiría Bellou de grote stem uit vroeger dagen. Anderzijds zingt Schenk dit natuurlijk goed genoeg om ook dit belangrijke aspect uit de periferie van de rebètika aan bod te laten komen. Margôt bespeelt ook allerlei slagwerk als de defi (tamboerijn), de toumberlèki (beter bekend als de darboeka) en de zilia (vingercymbaaltjes)

 

De recentste cd Rendez-Vous is representatief voor de podiumkwaliteiten van Palio-Paréa en diende dan ook als basis voor dit optreden. Zo kregen we levendige uitvoeringen van Paraponiàra mou (Mijn Zeurkous) van Panos Toundas, het eeuwig populaire want opzwepende Yiftopoùla sto Chamàm (Zigeunermeisje in het Turks Bad) van Yorgos Batis en Dhen me thelis pja (Je wil me niet meer) van Dhimítris ‘Saloníkios’ Semsis (overigens de violist van Rosa Eskenazi en grootvader van Stamos Semsis, hedendaags componist en producer van stand), drie songs van meer dan 70 jaar oud. Maar er is ook het hedendaagse materiaal, zoals To símera metrà (Alleen vandaag telt) dat Schrievers co-schreef.

 

Is een rebètika concert denkbaar zonder lied van koning Tsitsànis of zijn illustere voorganger Markos Vamvakàris? Nee, toch. Fovàme mi se chaso (Ik ben bang je te verliezen) van Markos staat ook op Rendez-Vous. Zeer geslaagd vonden we Dhio Telia echi o Baglamàs (De Baglamàs heeft twee Snaren), behorend tot de vele adhèspota, de liedjes-zonder-baasje, die vaak teruggaan tot in de mist der tijden. Een mooie taxími (bouzouki intro, hier wel, een beetje ongewoon, met gitaarbegeleiding, want meestal is zo’n intro ritmisch vrij) ging eraan vooraf.

 

Nogmaals: we vonden bij Palio-Paréa een enthousiasme dat bij vele professionele Griekse kompaníes ontbreekt. Daar slaat de routine zo vaak toe. Ons hoeft u niet te geloven, maar in Athene hebben ze Palio-Paréa intussen ook ontdekt. Voor de Grieken, traditioneel erg kies op dit vlak, zijn deze Nederlanders veel meer dan een curiosum, te lezen aan de lof die ze daar rapen. En in Eeklo was het even toch een glèndi, een Griekse feestavond!

 

Deze eerste editie van Europalia Eeklo bood nog andere interessante namen (invallers Les Godasses, Orchestre National du Vetex, Kyprogenia, Tcha Limberger & friends) maar wij konden wegens andere verplichtingen alleen maar dit Palio-Paréa zien. Het heeft ons echter niet gespeten.                                                                        Antoine Légat (23-24 12 07)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Muziek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s