Martyn Joseph vijfde jaar op rij outstanding!

 

Martyn JOSEPH in Trefpunt te Gent op maandag 10 december 2007.

 

Het goede decembernieuws komt dit jaar eens te meer uit Cardiff, Wales. Martyn Joseph heeft een nieuwe cd en dat wordt traditioneel ook in Vlaanderen gevierd. Elk jaar door meer mensen, en dat is allerminst toeval, maar ook allerminst vanzelfsprekend. Joseph is namelijk een ,,singer-songwriter’’ (SSW of SSW-er) pur sang, een term beladen met alle zonden van Israel én Palestina. Maar hij draagt deze molensteen waardig. Meer nog, hij is in dat legertje zowaar generaal, dan wel generaal zoals in de oude tijden: vooraan, in de frontlinie, waar de klappen vallen. Hij kan er immers tegen, dank zij twee troeven: enerzijds zijn doorzetting en workaholicschap, anderzijds zijn talenten als zanger, gitarist, wereldwijs observator, woordkunstenaar, songsmid en entertainer eerste klas.

 

Steeds meer mensen, zeiden we, en dat weet nu ook Guido, baas van Muziek & Theatercafé Trefpunt, bij Sint-Jacobs in Gent. Want naast de stamgasten ontving hij die maandag ook de onofficiële ,,fanclub’’, de lieden die allen minstens één, meestal meerdere, zoniet alle optredens van een toer zien. Masochisten? Nee, hoor: lieden met de gave des onderscheids, in de wetenschap dat ze die avond iets goeds gaan beleven. Laat anderen dan maar uren aanschuiven aan de grote concerttempels om daar flink uitgeschud, met het gevoel half of volledig bedrogen te zijn en potdoof weer uit te komen.

 

Wat mogen we blij zijn dat Working Mother geen hit werd, of een ander van de intussen letterlijk tientallen diamantjes die Martyn Joseph ruim twee decennia constant afscheidt, songs die je een geweten schoppen, of je raken in het diepst van je ziel, of je doen lachen, je je leed laten vergeten, of je, eens thuisgekomen, toch weer doen googlen naar…Waarover hàd ie het alweer?! Zoals hij het zelf zei: je schrijft geen songs, ze worden je aangeboden. Als je rond kijkt, dienen de onderwerpen zich zo aan, zoals het verhaal van de tachtigjarige taxibestuurder, die heel zijn leven in Nebraska woonde. Na de dood van zijn vrouw verhuisde hij naar Las Vegas. Daar vertelde hij Martyn zijn verhaal. Hoe hij daar als tienjarige voor het eerst kwam, met zijn vrouw daar weer kwam, The King zocht, maar niet meer vond, en er nu  zijn laatste levensdagen doorbracht in volmaakt geluk. Het is een verhaal even pakkend als dat van Leaving Las Vegas, maar dan echt, en in perfecte drie minuten verpakking.

 

Het werd de titelsong voor Vegas, zijn 29e cd intussen al (weer zo’n punt van gelijkenis met de Canadese bard Bruce Cockburn!), een cd met een overigens gebruikelijke afwisseling van een rappe en een trage. Zo kregen we in Trefpunt meteen I Have To Come To Sing en Weight Of The World voorgeschoteld, waarbij je je afvraagt waar hij toch weer de onderwerpen, de beelden en de woorden vandaan haalt om je al na één beluistering te vloeren: ,,And the weight of the world likes to treasure despair, says Beyond is not there, no celestial stair.’’ Vrolijk is anders, dat zeker.

 

Van daar is het maar een stap naar Proud Valley Boy (uit Deep Blue), de ode aan de zanger van Ol’ Man River en eerste zwarte burgerrechten activist Paul Robeson, die ook de mijnwerkers van Wales bezocht en met hen marcheerde. Vanuit de bewonderde ogen van kompel Evan vernemen we wàt er zo belangrijk was aan de komst van deze ,,David and Goliath in one frame’’, die ook ,,The Dragon’’ werd genoemd, en voor zijn activisme werd beladen met hoon en spot, en als ,,communist’’ werd afgeschilderd. Martyn vraagt zich meteen af of we zo’n engagement en moed ook mogen verwachten van ,,hedendaagse Paul Robesons’’ zoals Kanye West…We merken dat het veelal jonge publiek van Trefpunt dat Martyn niet kent wordt meegesleurd door de tsunami die de man enkel met akoestische gitaar ontketent. Hij heeft er verschillende mee, uit voorzorg, want hij spaart zijn ouwe trouwe instrumenten niet, maar ook omdat hij veel songs op Vegas opnam met een mahoniehouten Tannergitaar, die ondanks ze ,,slechts’’ vier snaren telt, een machtig geluid produceert.

 

Net op dat ogenblik brengt Martyn één van die smeltsongs waar hij het geheim van heeft, Can’t Breathe uit de vorige Deep Blue, die grossiert in de fraaie ballads. Je kan een veer horen vallen, zo stil is het in dit anders zo luidruchtige etablissement. Martyn vertelde achteraf dat hij ervoor vreesde hier niet met zo’n gevoelige songs te kunnen uitpakken. Mara de angst is dan al lang gevloden. Hij aarzelt niet om een ingehouden maar intens In The Ghetto te brengen. Die klassieker van Scott ‘Mac’ Davis staat niet op Vegas, maar sluit wel aan bij het feit dat Elvis er zijn mega successen vierde. Het past ook goed bij het kerstsfeertje dat hij plots opgeroepen heeft. Dat zet hij verder met Invisible Angel uit Vegas en Cardiff Bay, één van zijn bekendste songs, al 15 jaar oud.

 

Ondertussen weet hij dat we uit zijn hand eten en hij maakt ervan gebruik om ons in te wijden in de kunst van het songschrijven. Zijn uitleg rond de thematiek van de song en hoe hij hem zelf beter leerde begrijpen is op zich entertainment van de hoogste rangorde. Dit eens te meer ware verhaal was zijn ,,home town song’’…Dat was wat hij alvast eerst dacht. Zoveel later heeft hij door dat die wandeling met zijn vierjarig zoontje eigenlijk over hem zelf ging, over zijn vaderschap en al wat dat meebrengt. Hij krijgt na een concert vaak een opgestoken duim van een man, in wie hij zo’n vader herkent: ,,Thanks for ‘Cardiff Bay’, Martyn!’’

 

In de afrondende titelsong van Vegas krijgen we meteen de toepassing te horen van zijn stelregel: schrijf een song over wat je direct beleeft. De realiteit overtreft de fictie! Ook hier duikt Las Vegas op als Martyn tijdens een flard CC Rider de stem van The King feilloos nabootst. Elvis imitatoren overal ter wereld, opgelet: hier is the almost real thing! Ons verplicht Martyn tot een woeste zangstonde, die helaas de annalen van het genre niet zal bereiken. Dorst!

 

Na de pauze geeft hij er meteen een lap met het voor alle politici en manipulatoren van deze planeet vernietigende How Did We End Up Here. Martyn gaat diep, zo diep dat het toch niet goed kan zijn?! ,,Woe to us and woe to you and think of all the oil revenu…’’ Ook dictator Dr. Robert Mugabe wordt geconfronteerd met wat hem uiteindelijk in het zadel houdt: ,,Thank God there’s no oil in Zimbabwe.’’ Helaas wel in Irak, Martyn… Het daaropvolgend verstild Fading Of Light is één klaagzang ,,for the soldiers of the world’’. Zijn finale ,,Oooh my God!!!’’ snijdt door merg en been. Lang geleden gebeurd, maar de bloedig neergeslagen arbeidersopstand van 1831 beleef je alsof je erbij staat in The Ballad Of Richard Lewis (Dic Penderyn), een onvermijdelijke song in Martyn’s repertoire.

 

Dan, out of the blue, een luchtige improvisatie, zowaar, hoogst welkom na de drie vorige songs die zwaar in de emotie gegaan waren. Gewoon een zanglijn en dan maar rappen, of zoiets, over deze eindeloze tournee van 35 shows, begonnen in Vancouver, en de plaatsen waar deze hem bracht, over het feit dat Vegas in de rekken geklasseerd staat als ,,funk folk’’ (,,Vroeger zat ik bij ,,rock ’n pop’’, dan bij ,,folk’’ en nu…’’) Daar zinspeelt hij trouwens heel het optreden lang over, zichtbaar geamuseerd door dat belachelijke label. Zijn mogelijk allereerste optreden in ,,GHENT!!!’’ behoort ook al tot de topics. Dat vuurwerk mondt plots uit in een ,,Are you down to your last ray of hope?’’ waarmee hij Change Your World inzet, één van zijn oudste songs, een opbeurende brok peptalk voor wie het niet meer ziet zitten.

 

Haast zonder overgang legt hij ons de ogenschijnlijk vreemde beelden van Kindness uit. Ze werden hem in de schoot geworpen tijdens een bitter koude dag in de straten van Toronto. De song sleept je mee: ,,And all I really know is that kindness is better than any sort of terror any kind of spite.’’ Weer zit iedereen erbij alsof door het (nabije) Lam Gods geslagen. Maar coveren kan Joseph ook al als de besten: eerst Oh Mary Don’t You Weep No More uit de Seeger Sessions (Martyn weet wellicht niet dat zijn grote held Bruce Springsteen in het land is!), dan via een flard…Heartbreak Hotel, komt één van zijn verrassende lijfliederen er aan, One Of Us van Joan Osborne, dat door zowat iedereen wordt meegebruld: ,,What if God is one of us…’’ Je moet helemaal niet gelovig of religieus zijn, maar zijn visie op Christus, daar kan zowat iedereen inkomen: ,,The Nazarene was a carpenter, the greatest socialist ever, and a refugee.’’

 

Het gewone optreden eindigt met een oproep om met de voetjes op de grond te blijven staan, je kleinheid te beseffen, het gevoel dat hij zelf had, staande voor de Grand Canyon…Waarna Las Vegas je aanpraat: ,,You are everything!’’ Absolute fake want ,,…endless rooms of luxury are just a bogus prize…’’ Maar gelukkig, ,,there’s always you and me, my love’’: doorheen de miserie van het aardse tranendal blijft Martyn Joseph een onverbeterlijke optimist. Nobody Gets Everything heet dit heerlijke sluitstuk van Vegas en van het concert. Hierna hoeft eigenlijk niks meer.

 

Maar zo gemakkelijk raakt hij niet van ons af. De stemming is echter die van een late avond in half december: met Turn Me Tender maakt hij ons inderdaad helemaal week. Het is dat ook het koninginnennummer uit Deep Blue en het fraaiste liefdeslied dat we kennen. Het einde ligt helemaal in het verlengde van onze Vegas trip: het lied werd in handen van inferieure crooners vaak vermalen, zoals een Besame Mucho bij voorbeeld, maar het is en blijft een heerlijke song, voor eeuwig verbonden met Elvis: Can’t Help Falling In Love. Meer bracht hij niet, al bleef men erom vragen. Voor hetzelfde geld (of iets méér) had hij nog een even hoogwaardige avond of drie kunnen brengen met totaal andere songs! Deze man kan je moeilijk anders dan op handen dragen.

 

Ref.: Martyn JOSEPH, Vegas, Pipe Records PRCD 018.

         www.martynjoseph.com (boeiende, actieve site)

 

Antoine Légat (14 12 07)

 

PS Op 14/12 trad Martyn Joseph op in de Sint-Elisabethkerk in Haren (organisatie Toogenblik) met een in alle opzichten sterk gelijkende, doch lichtjes ingekorte set in één stuk. Er was immers een support in de vorm van Le Vélo Vert. Dat kwartet was even herleid tot duo met Yves Bondue (zang, gitaar, keyboards) en de jonge en talentvolle An-Sofie Noppe (zang, sax, klarinet) die de gelijknamige nieuwe cd Le Vélo Vert voorstelden. Martyn had zich bijzonder veel zorgen gemaakt over de setting: hij wist pas in België dat hij in een kerk zou moeten optreden en vreesde de banvloek voor zijn vaak als ,,onchristelijk’’ beschouwde teksten (u weet: ,,Le poète à dit la vérité…Il doit être executé!’’ van Guy Béart) Hij excuseerde zich dat hij geen ,,christelijke’’ songs te bieden had. Hij vermeed zelfs ‘One Of Us’! Maar naar goede gewoonte vaagde hij alle tegenstand weg met de enthousiaste uitvoering van zijn ,,goddeloze’’ tirades en overpeinzingen. Niet onverwacht hing er over dit concert een meer nadrukkelijke kerstsfeer, onder anderen onderstreept met de inlassing van Have An Angel Walk With Her. Zelfs een lapsus memoriae belette dit niet een verstild hoogtepunt te vormen in deze fraaie en stemmige omgeving. Het bisgedeelte met haast vanzelfsprekend Turn Me Tender sloot met een grotendeels geïmproviseerd Silent Night, waarin een snoeihard: ,,So many children die tonight from hunger and thirst…’’ uitmondde in een gepreveld ,,peace…peace…’’. Krop in de keel.

(15 12 07)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Muziek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s