Julie Felix in goede en mindere momenten…

Julie FELIX (support: Bruno DENECKERE & HT ROBERTS) in De Boerderij te Eine (Oudenaarde) op zaterdag 1 december 2007. ( www.juliefelix.com )

 

Vol huis voor een interessante avond: enerzijds het hier in De Boerderij te Eine meer dan bekende voorprogramma, maar met een onuitgegeven repertoire, en anderzijds een icoon van de folk en de protestbeweging in sixties en seventies, die daarna, althans hier, een blind spot geworden was en slechts een vervagende, naar wierook geurende herinnering achterliet.

Bruno Deneckere en HT Roberts hielden geen lezing uit hun dit jaar verschenen cd’s, respectievelijk Someday en Fingernail Moon, maar speelden het bewust anders ten aanzien van een publiek dat (voor één keer!) grotendeels vertrouwd is met hun werk. Zo zongen ze elkaars werk of brachten ze nummers die ze live zelden of nooit spelen. Bruno zong HT’s Ohio Bridge en bracht HT Bruno’s Queen Of Dancers, met daar vernuftig een flard Hoyt Axton ingewerkt. Dat gebeurde wel vaker: zo stak HT Under The Boardwalk in zijn Nowhere’s  Ville. HT bracht ook werk uit zijn komende, al zesde solo cd: What It Takes en het innige en innig mooie Rebecca(‘s Eyes), dat klinkt alsof het een eeuwen geleden geschreven traditional is. Het lied voor de bijna en dan toch niet gemiste verjaardag van zijn dochter, Happy Birthday Princess, levert HT een heuse live hit op, zo blijkt bij elk concert opnieuw. Hetzelfde kan gezegd over Nashville waar Bruno wel iets over kwijt kan: ,,Ik weet dat het pretentieus zal klinken…Maar de eerste keer dat ik die song in België speelde, was in Eine’’. Bruno schreef het immers na zijn bezoek aan de hoofdstad van de country, in een motelkamer op weg naar Baton Rouge, en hij speelde de song al diverse malen in de States. Bruno’s krachtige Tell Her I’m Gone sloot de set af, waarna werd afgesloten met Pancho & Lefty, archetypische Townes Van Zandt, enigszins voorspelbaar want voor beiden een held en voorbeeld. Maar het toetje was wel degelijk de eenmalige live uitvoering van The Herald Of Free Enterprise dat Bruno heel lang geleden wel opnam, maar dat nooit op een cd plakte, wegens geen actualiteit meer. Zo bleef dat (a)mazingbare kleinood in de kluizen, al was het een tijdje te horen op www.brunodeneckere.be . Hoeft het gezegd dat het veni, vidi, vici van Gaius Iulius Caesar hier van toepassing was?

 

Anders was het met Julie Felix. De avond tevoren had ze al voor het eerst in heel lang nog op Belgische bodem geconcerteerd, meerbepaald in Toogenblik in Haren, daar waar ze naar eigen zeggen indertijd haast niet van onze podia was weg te slaan. Ze zou aan het eind van het concert verklaren dat ze eigenlijk niet wist hoe dat kwam. Felix is van California, en heeft net als de Texaanse Tish Hinojosa (hier net een jaar geleden te gast) Mexicaans bloed in de aderen, maar trok in 1964 naar Engeland om daar via de TV een bekende verschijning te worden. Ze liet zich echter niet inpakken door de glamour van de media en koos resoluut, net als Joan Baez en Buffy Saint-Marie, voor een loopbaan in dienst van de strijd tegen onrecht en verdrukking. In die hoedanigheid werd ze als eenvoudig, maar bloedmooi meisje met gitaar en die unieke stem pleitbezorgster van de grote songschrijvers van haar tijd, Leonard Cohen en vooral Bob Dylan. Ze kende ze allemaal persoonlijk heel goed, de zangers, de activisten, de mensen die op een, of andere wijze in beeld kwamen, haar vrienden Donovan, Dusty Springfield, Paul Simon, John Lennon, Cat Stevens, in die bewogen tijden van betogingen tegen de Vietnamoorlog en de strijd voor de rechten van zwarten en minderheden. Zij was het die ervoor zorgde dat ook Europa bij bleef met het repertoire van de meesters, door hun werk in de mainstream te promoten. Zelf schreef ze niet zo veel, maar wel goed. Ze bracht wel een massa platen uit, veelal dus met overigens raak gekozen covers. Ze bouwde haar loopbaan uit met songs in een waaier van stijlen (zo had ze in ’76 een grote hit met het volledig atypische Hot Chocolata), maar altijd was er dat bijzondere stemgeluid. Zoals zovele oude helden heeft ze zich een tijd lang teruggetrokken uit de muziek om zich in Californië te wijden aan yoga en meditatie …tot ze plots, getroffen door het onrecht in Midden-Amerika, weer aan het zingen ging en de handschoen opnam voor de rechten van de campesinos van Latijns-Amerika, de vrouwen en de gay beweging. Zo staat ze opnieuw pal in vredesprojecten. Zo liet ze, teruggekeerd in Tony Blair’s UK, haar stem horen tegen de Golfoorlog. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan!

 

Nu is ze hier twee maal als onderdeel van de Forever Young toer. Met die Dylan song opende ze de set. ,,We geloofden in de sixties echt dat we eeuwig jong zouden blijven en dat we ondanks alle tegenstand de wereld zouden veranderen. We weten allemaal wat er van die dromen geworden is, maar je moet nu eenmaal blijven geloven…Zo bekeken blijven we eeuwig jong.’’ Erin blijven geloven bleek niet zo gemakkelijk, in de zin dat het eerste deel van concert beslist respect opriep voor wie Julie Felix geweest is als artieste en voor wie ze nog steeds is als activiste en mens, maar dat ze als performer anno 2007 meer moeite heeft om te overtuigen. Dat heeft niet zozeer te maken met haar niet zo jeugdige leeftijd, want kranig is ze ongetwijfeld, maar eerder met het gevoelen dat ze in de tijd is blijven stilstaan. Ze lijkt  niet mee geëvolueerd met de hoge eisen, die men tegenwoordig aan artiesten stelt qua uitvoering en presentatie. Toch noteerden we een indringend Chimes Of Freedom en een imponerend ‘Til Now en ze sloot dat eerste deel af met Tabu, een broeierig en intrigerend stukje jungle fever waarbij ze, zoals de tot slaaf gemaakte zwarten voor hun vertrek ver over zee, vuurgod Chango aanriep en haar gitaar als percussie hanteerde. Maar dat bleek net niet genoeg voor vele tegenwoordig zo verwende oortjes. Een aantal mensen had duidelijk geen voeling met Julie Felix anno 2007 en verliet tijdens de pauze De Boerderij.

 

Na de pauze onderging ze echter een metamorfose, mede omdat het ,,request time’’ was. De grootste factor zal echter wel geweest zijn, dat ze haar initiële angst tegenover dit onbekende publiek had bedwongen. Het lijkt raar voor iemand die zo door de wol geverfd is, maar ze was toch onzeker van start gegaan en dat leidde wellicht tot het defensief formalisme dat de set tot dan toe oubollig had doen lijken. Ze schudde alle remmingen van zich af met de pauze, toen ze door had dat de mensen haar niet zouden bekogelen met bierblikjes, maar met kennis van zaken een keuze maakten in haar werk. Nu kwamen de songs en de anekdotes eruit gerold: Masters Of War, Hey That’s No Way To Say Goodbye (met het verhaal van haar eerste ontmoeting met de Canadese bard op het Griekse eiland Hydra), het openhartig (auto)biografische Ballad of Doris Kathryn Rodehaver, fiere ode aan haar moeder, braken de rest van het ijs. Ze voelde dat ze het publiek kon doen zingen: dat leverde een prachtig massaal meegebruld ,,I aint’ gonna study war no more’’ op, ingewerkt in het eigen Children Of Abraham, song die een lans breekt voor een vreedzame oplossing van de animositeit ontstaan door 9/11. Uit de nieuwste cd kwam I Wish You Love, geschreven voor een jong overleden iemand. Ze droeg dat op aan een zwaar getroffen familie in het publiek, mensen die haar tijdens de pauze hadden aangesproken. Een kippenvelmoment. Met Woman kwam de strijdbare Felix weer om de hoek piepen. Nog een verzoekje: I Miss You, een heerlijk bitterzoete belijdenis, één van de mooiste nummers van haar laatste Bright Shadows (nu verkrijgbaar met een aantal extra’s) Voor een groot deel is die cd een ode aan haar Griekse ervaringen en vooral haar bezoek aan Sappho’s magische eiland Lesbos. Met Dylans Romance In Durango kon de samenzang weer beginnen. Voor de finale, of was het al tijdens de encore, riep ze Bruno & HT op podium (of wat daar in Eine voor doorgaat…) voor een gezamenlijk robbertje I Shall Be Released. Ja, met Julie is Baawb nooit ver! Al is het pas vijf jaar geleden dat ze eindelijk de kans kreeg een hele (dubbel) cd te vullen met songs van Dylan, Starry Eyed And Laughing…, overigens een vriendendienst vanwege uitstekende muzikanten als Danny Thompson en Kiki Dee. Daarna zong ze solo nog Hard Rain… en als toetje Mr. Tambourine Man. Zo kreeg deze merkwaardige avond toch nog een ontroerend einde…

 

Achteraf praatten we nog enige tijd over dat rijke verleden, over Cohen, Dylan…en over Woody Guthrie, wiens Plane Crash At Los Gatos zowat haar lijflied is. Ze stelde vast dat ze het wel gezongen had in Haren, maar niet in Eine. Tegen die tijd was haar mening over het Vlaamse publiek bijgesteld: een volgende maal is ze zo schuchter niet meer!

 

Antoine Légat (12 12 07)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Muziek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s