Yorgos Amarandîdhis, grootmeester van de kementzès, zorgt voor een Pontische ,,glendi” in Antwerps Zuiderpershuis

 

Yorgos AMARANTIDIS (AMARANDÍDHIS) in het Zuiderpershuis (Antwerpen) op donderdag 8 november 2007: concertverslag met enige achtergrond.

( www.skopos.be/GrMuziek/Achtergrond/Biografie/amarantidis.html )

 

Hoogdag voor de Pontiërs (fonetisch exacter Pondiërs, maar we behouden het algemeen aanvaarde Pontiërs) in het Zuiderpershuis aan de Gedempte Zuiderdokken van Antwerpen, met de komst van een grootmeester van de kementzès of Pontische lyra, Yorgos Amarantidis (fonetisch preciezer is Amarandhídis, wat we dan weer verkiezen) Hoogdag voor nog een aantal zaken, die avond: zo was er de storm (met hoogtij?) en waren de kaaimuren gesloten. Voeg erbij de tent van Cirque du Soleil (voor Varekai) op de dokken en het feit dat het die avond voorstelling was. Men kan raden dat er in geen velden of wegen ook maar één parkeerplaats te vinden was. We vermoeden dat het een aantal mensen ontmoedigde om het concert te beleven. Dan zijn er nog eens de mensen die de storm niet wilden trotseren, want die woedde in de vooravond in volle geweld. Dat verklaart waarom de naar het schijnt belovende voorverkoop zich niet vertaalde in een volle zaal.

 

In elk geval waren de Vlamingen thuis gebleven (weinig volk dat we hier gewoonlijk te zien krijgen) maar wel goed opgekomen, de Pontiërs, zoals later op de avond zou blijken. Grieken, jawel, zo staat het op hun identiteitskaart, allicht, maar hier is toch meer aan de hand. Het gaat om die mensen die nazaten zijn van hen die, net als nog meer dan een miljoen anderen, verkast werden na het débacle van het Griekse leger in Turkije (1919-1922) De Griekse leiders (Venizèlos, Gounàris), bezeten van de Megàli Idèa (herstel van de oude Griekse gebieden), hadden gehoopt de Grieken op de Westkust van Turkije te bevrijden van het volgens hen vermolmde Ottomaanse juk (in realiteit leefden ,,Grieken’’ en ,,Turken’’ er vredig naast elkaar…), maar hadden niet gerekend op Mustafa Kemal (later Atatürk) die de ,,bevrijders’’ in zee wierp (de Megàli Katastrofí of Grote Ramp)

 

In het proces werd Smyrna vernield (dat herrees als Izmir) en het zag er even bar uit voor de lokale ,,Griekse’’ bevolking. De internationale machten, die in de hele zaak weer eens boter op het hoofd hadden, zorgden dan toch voor een regeling via het Verdrag van Lausanne (1923): Turken in Griekenland naar Turkije en de Grieken in Turkije naar Griekenland. Het probleem was: wie was ,,Turk’’ en wie was ,,Griek’’? Geen enkel criterium (ook niet taal!) kon een aanvaardbaar onderscheid leveren…tenzij godsdienst, Orthodox of Moslim. Dat zorgde voor een volksverhuizing van meer dan een miljoen mensen, vooral in de richting van Griekenland (maar er waren ook zo goed als vergeten drama’s in de andere richting!) Het is een vrij bekende episode, mogen we aannemen.

 

Minder bekend is dat enkele gebieden gespaard werden van verhuis (o.a. Istanbul) en andere, verder afgelegen gebieden ook onder de regeling vielen, zoals de mensen die ten zuiden van de Zwarte Zee (de Pondos) leefden. Dat waren lieden die een hard leven gewend waren in bergachtig land met een ruw klimaat. In Griekenland concentreerden die Pontiërs zich in het door verhuisde ,,Turken’’ achtergelaten noorden. Ze verkommerden echter niet in dit figuurlijke ghetto. Die mensen legden zich noest toe op de landbouw en zij werkten zich heel snel financieel op en zetten zo de mening van de meeste Grieken te kijk, mening die erop neer kwam dat als de Krezenzers al het achtereind van het varken waren, de Pontiërs daar nog een heel stuk achter kwamen. Exact dezelfde moppen die wij vertellen over de Nederlanders (of ,,zij’’ over ,,ons’’), die vertelden de Grieken ook: ,,Hoeveel Pontiërs heb je nodig om een lamp in te draaien?’’ Die Pontiërs behoren intussen tot de kapitaalkrachtigste lieden in Hellas! Je moet toch iets weten van deze zo ingrijpende story wil je begrijpen waarom mensen van die afkomst toch een buitenbeentje vormen binnen het van zichzelf al erg ongewone Griekendom..

 

Ook Yorgos Amarandídhis’ grootvader kwam terecht in Noord-Griekenland, in Kapnochori (,,Rookdorpje’’!) bij Kozani, boven Kalambàka (waar de bekende Meteorenkloosters zijn), waar de Griekse vluchtelingen/kolonisten de plaats innamen van al veel eerder verdreven ,,Turken’’. Hoe Yorgos het schopte tot grootmeester van de kementzès (de uitsluitend gestreken Pontische lyra/vedel; vergelijk met de Turkse kemençe) en de Pontische muziek, hoe hij daarin cruciaal gesteund werd door de sterke Griekse dames Dora Stratou (hij speelde jarenlang in haar legendarische danstheater) en Domna Samiou, zo vitaal in het Griekse cultuurleven, zouden we hier in het lang en het breed kunnen uitsmeren, maar waarom zouden we, als er reeds een uitstekende, diepgravende biografie bestaat die ingaat op alle aspecten van Yorgos’ kunst? Die bio is precies, exhaustief (8 blz.) en omvat ook een discografie. Maar ze neemt op de koop toe de literaire vlucht die het onderwerp net dat tikkeltje meegeeft dat het nodig heeft om gans door te dringen. De liefhebber weet dat we dan zullen verwijzen naar www.skopos.be, de site voor de Griekse muziek waarop Luc Pardon en eega Marleen Retour zo’n schitterend werk leveren (dikwijls in moeilijke omstandigheden, want uit Grieken informatie extraheren is allerminst vanzelfsprekend!) Naast bio’s vind je op die site concertinfo en elke soort van achtergrondduiding van alles wat met Griekse muziek in breedste zin te maken heeft. We wachten even met het concertverslag tot u dit gelezen hebt…

 

…dat concert viel uiteen in twee delen,  en niet alleen letterlijk. Zelden zo’n verschil gezien tussen voor en na! Yorgos was geflankeerd door Yannis Aramatanidhis (op gavàl, herderfluit, en na de pauze op touloùm, doedelzak; geen familie dus van Amarandídhis!) en Yannis Efraïmidhis (op daouli of grote trom, beide kanten met verschillende stokken geslagen zodat elke zijde een andere pitch geeft, alsof je op twee troms speelt) Na een tijd zou de daoulispeler doorlopend mee gaan doen, maar de tussenkomsten van de gavàlspeler waren iets sporadischer. Maar de meester begon dus solo met een paar amanèdhes, meervoud van amanès, lied waarin de kreet ,,aman’’ het verdriet, de tragiek of het heimwee van de tekst onderstreept. Ze drukken in dit geval het droeve verlangen uit van degenen die hun vaderland, hun patrídha verloren. Voor Amarandídhis persoonlijk is dat zelfs een mythische heimat, want hij woonde er nooit.

 

Deze teksten drukken niet alleen een oneindige Sehnsucht uit naar een verloren wereld: we meenden nog andere aanverwante thema’s te horen. Het is Yorgos’ verdienste dat hij zo lichtvoetig, zwierig en waardig zingt en zichzelf met sprekend gemak begeleidt op de kementzès, die vaak zijn muzikale zinnen beantwoordt Wie let op die teksten wordt zo onweerstaanbaar meegezogen. Weet je niet waar hij het over heeft (overigens in een zeer mooi Ellinikà!), dan kan je je nog altijd concentreren op die uitvoering, maar veel variatie kan je natuurlijk niet verwachten. Bijzonder verstild begonnen, wint het concert heel geleidelijk aan volume en dynamiek. Vooral de man op de daouli geniet zichtbaar van het hele gebeuren. Het eerste deel eindigt met een behoorlijk opzwepend en virtuoos stuk. De Pontiërs zijn bekend voor die enigszins onbehouwen dansmuziek, oorlogsdansen zoals de serra of pyrrikheos, gedanst met messen of zwaarden. De Griekse auteur Xenophon schreef daar 2400 jaar geleden al over! (Zie ook www.scimitarmusic.com/pontos/music.html ) Uiteraard blijft het in deze context allemaal zeer beschaafd…en gedanst wordt er helemaal niet!

 

Na de pauze een taxim, een ritmisch vrije intro, en een fraai stuk waarvan we de titel moeten schuldig blijven. Maar dan begint het: de kementzès zet een dansritme in en plots schiet het publiek wakker. Meteen staan zo’n tiental mensen op de ruimte voor het hoge podium en beginnen een reidans, die de rest van het optreden zou duren, op een onderbreking na. De daoulispeler komt alras naar de dansers toe, doet duchtig mee in de deining en zweept de gemoederen nog op. Zeer jong naast een stuk minder jong: het geeft een indruk van hoe het moet zijn tijdens zo’n Pondiakó glendi, Pontisch feest, in één van de dorpen. Hoe de dansende voeten niet in de knoop slaan met die nogal moeilijk liggende ritmes en dito danspassen (zoals geweten door iedere toerist in Hellas niet het monopolie van deze Pontiakà!), is telkens weer onderwerp van verbazing, maar je moet er gewoon van jongsaf mee vertrouwd zijn. Gelukkig brengen de Boombals onze jeugd opnieuw echte dansen bij, zodat die generatie een stuk minder miserie zal hebben om bij voorbeeld ook deze samengestelde ritmes te bedwingen. Het is duidelijk dat Amarandídhis niet aan zijn proefstuk toe is: moeiteloos weet hij het feest aan de gang te houden. Het moest ervan komen: ,,Ime Ellinas’’ zingt Yorgos fier, wat hij meteen daarop verandert in een nog triomfantelijker ,,Ime Pondios’’. Eerst Pondiër, dan pas Griek! In het bisnummer staat ook de doedelzakspeler temidden de wiegende lijven. We tellen 16 dansers. Terwijl de trom, de doedelzak en de dans nog even verder gaan, gaat Yorgos in alle stilte weg. De kementzès lag er al langer verlaten bij. In het buiten gaan kunnen we de man nog net een ,,syncharitíria!’’, proficiat dus, toeroepen. De man antwoordt met een charmant ,,efcharistó’’, dank u. Het genoegen is geheel aan onze kant: ,,Sas efcharistoùme para polí, Yorgo!’’

 

Antoine Légat (13 11 07)

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Muziek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s