Living Roots maakt zijn naam waar

 

LIVING ROOTS in De Centrale te Gent op donderdag 1 november 2007.

( www.livingroots.be )

 

Het wordt misschien, net als de Boombals, nog wel een rage: na Road Runner (rond Nils De Caster en Marty Townsend) is ten lande een tweede superieure coverband opgestaan, zij het met nog meer troeven en vanuit een enigszins onvermoede hoek. Maar uit de lucht gevallen, komt ie zeker niet. Living Roots heet deze ,,supergroep’’ (om nog eens die lekkere term uit de sixties te hanteren) en hij slaagt erin om zijn titel waar te maken. De vlag dekt de lading!

Koen Garriau (bekend van Fluxus zaliger) was de initiatiefnemer. Het initiatief spruit eigenlijk voort uit de ervaringen met Folkkwadraat (of Folk²) waar Koen achter zat. Het project zat in de slipstream van de commotie die de Boombals teweeg brachten…en smaakte naar meer! Het viel daarom enigszins te verwachten dat het project resoluut de richting van de folk zou uitgaan, maar gelukkig, zo blijkt achteraf, koos men voor verbreding in de keuze van zowel deelnemers als gecoverde stijlen. Rock zou de basis vormen, met uitstapjes naar al die genres die rock gevormd hebben, de genres die, zoals Ruben Block stelde tijdens het optreden in De Centrale te Gent, af en toe uit de marge treden om in de schijnwerpers op te dagen. Een uitstekende invalshoek, vinden we. Op 0110 (2006) werd het allemaal voor het eerst uitgeprobeerd. Met succes blijkbaar. In elk geval: Living Roots was geboren. Naast Koen Garriau (saxen) vinden we nog Ruben Block (Triggerfinger, zang, gitaar), Mich Walschaerts (Kommil Foo, zang, viool), Gert Bettens (Woodface, zang, gitaar), Jan De Campaenere (alias Venus In Flames, zang, gitaar), Tom Theuns (Ambrozijn, Aurélia; zang, keys, gitaar), vijf heel straffe stemmen op een rij, en achter die frontlijn nog schoon volk als Wim Claeys (Ambrozijn, Olla Vogala, GOZE, Göze, Boombal, accordeon), Andries Boone (Limbrant, Ballroomquartet; viool), Sam Van Ingelgem (Magister, Boombal; staande en elektrische bas) en Mario Goossens (Novastar, drums) We citeren overigens enkel maar de belangrijkste formaties waar deze lieden in zaten of zitten…om begrijpelijke redenen. De eerste concerten van Living Roots brachten meteen een geruchtenstroom op gang als the place to be, the band to see. Het was duidelijk dat de goed gevulde machinehal van De Centrale heel wat fans van het eerste uur herbergde, die donderdag, et dat is nog een goed teken. Veel schoon herenvolk dus, maar…Waar zitten de dames?! Naar verluidt waren er in de elf voorgaande concerten wel af en toe gesignaleerd en zal er in de komende incarnaties ongetwijfeld plaats zijn voor de Jorunns, Natalie’s, Eva’s en Kathleens van de Vlaamse muzieksien. Zo hoort het.

Het kon nauwelijks mislopen met dit project…Indien een paar voorwaarden vervuld waren. Een intelligente, op speelplezier gerichte songkeuze was essentieel; de eigen versies moesten genoeg inhoud hebben, vergeleken met de originelen; de techniek, vooral dan het geluid, moest afgestemd zijn op het podiumgeweld van een tiental mensen. Om met dit laatste te beginnen: dat zat in Gent snor. Zelden zo’n perfecte versterking van zo’n zootje ongeregeld gehoord, eigenlijk. Niet evident, vermits ook vaak van instrument en micro werd geswitcht. Een knappe lightshow, onopvallend, behalve als het anders moest, rondde dat af. We hadden het niet speciaal vermeld, als de techniek niet zo uitmuntend was geweest! LR liet er geen twijfel over bestaan: vanaf opener Road To Nowhere (Talking Heads) werden de registers opengetrokken, zowel vocaal als instrumentaal. De verschroeiende start werd verder gezet met Highway 61. Tja, dan hadden we Bob Dylan al meteen gehad! Dan maar een eerste hoogtepunt, een meerstemmig Willing. Lowell George is ‘in’ dezer dagen want we horen steeds vaker zijn songs, vooral dat dit Willing, en het geluid van Little Feat krijgt navolging…Niets te vroeg! Maar verder klagen we niet, als het versies zijn van deze schoonheid (ook Mike Brosnan maakte er tijdens zijn toer iets schoons van) Hide Your Love Away vinden we een misschien wat doorzichtige keus, tenzij men ervan uitgaat dat een hele nieuwe generatie dringend aan de peetvaders van de rockmuziek, die de Beatles waren, moeten blootgesteld worden. We zouden het daaropvolgende Back in The Country door Ruben Block een serieuze domper hebben gevonden, verlies aan snelheid en impetus, ware het niet dat Ruben Block van dit stukje hilarische, zogenaamd pure country een uitstalraam maakt voor zijn vocaal en theatraal kunnen. Het mocht iets minder lang uitgesmeerd, maar voor het overige niets dan bewondering voor ’s mans gave om een publiek te bespelen. Het was meteen daarop met volle teugen genieten van een Halloween versie van Saint-James Infirmary, nog zo’n classic (waar enige tijd geleden Hans Theessink een paar fijne dingen over verteld had: 286 coupletten; één van de weinige bluesnummers in mineur!) De spookachtige zang van Tom Theuns zette dit met de nodige camp dik in de verf. Het lijk van de dame lag in deze versie nooit op de tafel van het dodenhuis, maar ach, ze was al even pampus als in alle andere versies. Gelukkig maar! Jeugdsentiment met Neil Young (On The Beach) en CCR (Fortunate Son) en leuke keuzes met Perhaps, Perhaps, Perhaps bekend van Cake (ze brachten het deze zomer nog op het Cactus Festival!) en het ons onbekende Ma Jambe Me Fait Mal. Het moet in oorsprong een cajun nummertje zijn, maar kreeg hier een verfrissende Balkan toets. De sfeer werd steeds losser op het podium, zonder de kwaliteit van uitvoering aan te tasten. Hoewel! De commentaren kregen steeds meer absurde Kommil Foo allures. Wanneer Tom zich in de intro van A Girl Called Johnny even totaal vergiste (,,Tommeke, Tommeke toch…’’), kreeg hij de volle laag van de anderen. Die Waterboys deun vonden we een uitstekende keus, overigens. Jan legde uit hoe Venus In Flames aan zijn naam gekomen is. De band zette dus Venus In Furs in…om die song al even snel weer stop te zetten. ,,Eigenlijk wilden we iets anders spelen van Velvet Underground’’ waarop een lekker potente en strakke versie van Waiting For The Man volgde. Die eindigde, hoe kan het ook anders, in totale chaos en kakofonie zoals John Cale die ons heeft leren smaken. Opnieuw liet Ruben het podiumbeest in hem los met zuipersanthem Thirsty Dog van Nick Cave. De manier waarop hij ,,I’m Sorry’’ spuwt en krijst, en daarbij volledig uit de bol gaat, is de grootmeester waardig. Ruben heeft wel bijzonder veel inlevingsvermogen…of spreekt hij uit ervaring? Gelukkig was Place To Be meer ingetogen, zodat de lichtinstallatie niet langer geteisterd wordt. Het is dan ook een pareltje van Nick Drake. Maar, I’m sorry: de originele versie overtreft hier mijlenver deze goed bedoelde poging. De nodige doordenkers, dubbele bodems en woordspelingen begeleidden de ,,tombola’’ die nu zijn beslag krijgt (we besparen u de details…maar u kon wel Gert Bettens winnen!) Dit ,,gebeuren’’ geldt ook als de bandvoorstelling. Some Kind Of Wonderful was weer zo’n herinnering aan heel vroeger en een voorspelbare maar tegelijk gedroomde song om de finale in te luiden. Het is zowat de enige claim to fame van Grand Funk Railroad (die indertijd konden rekenen op de hulp van niemand minder dan Frank Zappa), maar de song heeft niet één maar twéé onsterfelijke hooks: naast de titellijn ook het luid meegebrulde ,,Can I Get A Witness?’’. Afsluiter Children Of The Revolution deed ons weer even denken aan de korte maar zeer intense hoogdagen van T-Rex, de band van de betreurde Marc Bolan. Of de kinderen van de revolutie nooit meer bedrogen zouden worden, is een andere zaak…Maar de bedoeling van Marc was kosjer en de uitvoering door Living Roots was dat al evenzeer.

Het was zonneklaar dat het publiek hier pap van lustte: het vuur en spelplezier van de tienkoppige en koppige band werkte aanstekelijk. De bisronde was er eentje om duimen en vingers van af te likken: eerst Weather With You, één van de prijsnummers van het intussen herenigde Crowded House. De band sprong van het podium en bracht het a capella en zonder micro’s, uiteraard al snel bijgetreden door honderden kelen: ,,Everywhere you go, always take the weather, the weather with you!’’ Zalig. Op podium volgde een vijfstemmig Into The Great Wide Open, een huzarenstuk, zou ook Tom Petty gevonden hebben. De hele band bracht een stevige versie van I Believe (we geloven: van Ray Charles) met de riff die we kennen van o.a. Framed en Riot In Cell Block # 9. Op de achtergrond onderhielden Koen en Wim ons en zichzelf met een koddig ballet: ook visueel was dit een avond van puur genieten!

We hebben begrepen dat Living Roots here to stay is. Uiteraard kan men zulke bende niet voor eeuwig bijeen houden, want iedereen heeft andere professionele verplichtingen; maar het zou de intentie zijn om af en toe met beschikbare mensen van dit kaliber een nieuwe lichting van Living Roots op te starten, die dan een maand of twee zou toeren in die samenstelling en met de nummers die de leden zelf leuk vinden. Als dat zo is, is Living Roots een gouden formule, die vele gelukkige jaren tegemoet gaat.

 

Antoine Légat (05 11 07)

 

 

 

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Muziek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s