DobroJean en Hans Theessink in Eine 22/09/07

Dit stuk kan u vinden op de interactieve site www.folkroddels.be, een bezoekje overwaard. Niet alleen de folkliefhebber komt daar aan zijn trekken!
 

Hans THEESSINK (met DOBROJEAN in het voorprogramma) in De Boerderij te Eine (Oudenaarde) op zaterdag 22 september 2007.

 

De Boerderij in Eine was al vaak het toneel van de betere concerten die Misty-Music House er organiseert. Zoals zo vaak betaalt men voor dat succes een prijs. Het bleek al bij Tish Hinojosa dat deze knusse en prachtig gelegen plek net te klein is om alle aanwezigen het beste comfort te bieden om te genieten van al het moois dat telkens weer op affiche prijkt. Met DobroJean en Hans Theessink bracht men twee artiesten die hier meermaals al fraaie dingen lieten horen. Theessink zie je bovendien niet alle dagen. Tot slot is zijn laatste cd met zijn Oostenrijkse band Slow Train een voltreffer van formaat. Het werd dus een drukte van belang en het geeft de organisatie wellicht stof tot nadenken. Of de sfeer erdoor gedrukt werd? Helemaal niet! Dat was volop de verdienste van beide artiesten die er echt wel weer een onvergetelijke avond van maakten.

Jan Oelbrandt, die onder het passende pseudoniem DobroJean door het leven gaat, heeft ook niet meer nodig dan die prachtige dobro en zijn bluesstem om een publiek te entertainen, helemaal in de lijn van zijn tegenhanger uit Enschede (die al lange jaren in Wenen woont) Een instrumentale delta blues ,,om erin te komen’’ en dan nog veertien songs en één bis. Zo lang zou Jan ons betoverd houden met citaten uit zijn drie cd’s (‘bout Time, D Capital J en Extended: zie www.dobrojean.com ) en een handvol fijn gekozen covers. Let’s Stick Together van Wilbur Harrison was een te verwachten keuze, maar zijn versie van Dixie Chicken was niets minder dan subliem. De perfectie gewoon! We keken even door het raam en zagen Lowell ‘Litttle Feat’ George van in den hoge knikken dat het (zeer) goed was! Een klassiek Terraplane Blues van Robert Johnson liet Jan ontvallen dat zijn gitaar minstens zo oud is als de song, ruwweg zo’n 75 jaar. Pride And Joy was amper te herkennen als de song van SRV: zo moet dat zijn! DobroJean bracht ook een gesmaakt eerbetoon aan Leadbelly (en Led Zeppelin) via In My Dyin’ Time. Maar het zou unfair zijn het alleen te hebben over die covers, zeker in casu. Jans betere eigen werk zoals Capital T en Oh My Oh My (uit ‘bout Time) sluit immers kwalitatief naadloos aan bij het erfgoed. Jan liet overigens niet na de lof te zingen van Wigbert Van Lierde die op de studio opname van die laatste song meespeelde. DobroJean speelt niet alleen een aardig stuk slide (instrumentale Hear My Train Pounding, ook uit zijn eerste) en zingt niet alleen als was hij op een katoenplantage geboren, maar is ook een meester in sfeerschepping: melancholie druipt van Long Legged Lover (uit Extended) en wel héél stil was het tijdens het telkens weer vertederende Just Like On TV (te vinden op zowel D Capital J als Extended) Killer Blues, moker van een song, bleef ditmaal op stal, maar we waren al heel blij met deze uitvoering van Pool Blues. Zijn oproep tot ,,Keep the blues alive!’’ werd op gejuich onthaald. Het verstild Lullaby For The Unborn (D Capital J) mocht dan weer waardig bissen. Tijd om Jans hoogwaardige bluesplaten, solo of met band, te ontdekken, zouden we zo zeggen…

We gingen er zo’n beetje van uit dat dit een standaard set ging worden van blues boy Hans Theessink met als toetje een stel nieuwe songs uit Slow Train. Maar Hans was in een wel zeer goeie mood en had een aantal verrassingen in petto. Wie meende de man te kennen, werd met zijn neus op de werkelijkheid gedrukt: Theessink is niet voor één gat te vangen, zoals het Nederlands zo plastisch zegt! Hans stak klassiek van wal met Key To The Highway en Crazy ‘bout A Mercury, maar hield plots halt om over die eerste song te praten. Big Bill Broonzy was immers zijn eerste contact met de blues: Radio Luxemburg speelde een song van hem en de jonge Theessink was verkocht. Het was een emotioneel moment toen vele jaren later de veel te jong overleden, baas van het Flying Fish Label, Bruce Caplan, Hans mee loodste naar het museum en hem liet spelen op de gitaar van BBB. Hans, die ondertussen zelf de zestig nadert (maar je zou hem geen vijftig geven!), vertelt het op zijn vertrouwde, zacht zoemende, vertrouwenwekkende manier. Hij verbindt er ook een succulente story over Al Capone aan en zet dan zijn eigen Big Bill’s Guitar in…,,Hooked on blues, BB’s to blame, since that night his music moved me, my Life ain’t been the same’’. Er was in Enschede maar één platenzaak, vervolgt hij, gerund door ene meneer Deemoed. Hans vroeg de man om een bluesplaat en kreeg er één mee van de…Dutch Swing College Band! ,,Het is dan wel geen blues, maar het is toch goeie plaat…Ik heb ze nog!’’ In Wenen woonde één van de muzikanten van de DSCB. ,,Oscar Klein, een lieve man, is begin dit jaar gestorven…En enkele dagen geleden overleed in Wenen ook Joe Zawinul’’ Die kennen we natuurlijk als sterkhouder van Weather Report (samen met Wayne Shorter; bij WR speelde ook de nog erg jong gestorven ,,bass player’s bass player’’ Jaco Pastorius!) Voor Klein en Zawinul speelt hij Saint James Infirmary. ,,Eén van de zeer weinige bluessongs die in mineur geschreven zijn.’’ Iedereen mag de song dan wel kennen, Theessink brengt hem alsof hij hem ter plekke uitvindt. Halfweg schuift hij er zonder overgang het middeleeuwse Greensleeves in. Dat brengt hem dan weer bij… oudejaarsavond ’88. ,,Ik zat die nacht op de overzet van Denemarken naar Zweden…en terug, god zij dank! Ik moest er…zeven uur spelen, zeven sets van 55’ met een korte pauze dus. Na tien minuten was ik mijn publiek al kwijt door de ruwe zee en de Aquavit, die rijkelijk vloeide. Ik besloot dan maar voor mezelf te spelen. Ik heb er alle 382 coupletten van Saint James Infirmary doorgedraaid.’’ (Je vindt die versie Saint James Infirmary gekoppeld aan Greensleeves op Songs From The Southland) Iedereen die iets met muziek te maken heeft, weet dat een 12-string bespelen een tricky business is. Het vereist meer techniek dan men denkt (*) ,,Wie het wel goed kon was Blind Willie McTell uit Atlanta, Georgia, één van de allerbeste bluesmen.’’ Hans speelt zijn eigen ode aan Blind Willie (dus niet te verwarren met het machtige Blind Willie McTell van Bob Dylan) Na Bourgeois Blues (Huddy William Ledbetter alias Leadbelly zou nog aan bod komen), een eerste gelegenheid voor het gretige publiek om de stembanden te smeren, kwam een eerste citaat uit Slow Train, het titelnummer, beslist één van de beste songs die dit jaar op cd verscheen. Zelfs zonder het sublieme arrangement van de cd (dat ritme!) en de zang van Zimbabwaanse trio Isinzigi, grijpt dit lied. Nog steeds in dat eerste deel slaat Hans weer aan het vertellen. Het verveelt geen moment. Theessink blijkt, naast zijn andere veelvuldige muzikale bezigheden, nog een ,,schaduwloopbaan’’ te hebben als derde man bij een…Deens trio, Theessink, Nalle, Møller (Hans was in de seventies, net voor hij beroepsmuzikant werd, onderwijzer in Denemarken!) Een eerste cd Going Down Slow kreeg een Deense grammy, waarna een tweede plaat kwam met de originele titel Going Down Slow 2! En zonet verscheen een live album. Uit die tweede plaat bracht hij Faded Fame dat hij schreef over en voor Nalle. In de seventies was Nalle immers een gevierd zanger die heel wat platen verkocht, maar door drugs was hij aan lager wal geraakt en leefde in het…station van Odense. Hans hielp hem uit het wel zeer diepe dal te kruipen. Toen Nalle de song hoorde, wilde hij hem echter niet zingen: té emotioneel. Daarom dat Hans hem op cd brengt. Weer blijkt het een meezinger van formaat, maar de zware emotionele lading ontging het publiek niet, zo viel ons op tijdens de pauze. De zangstonde ging verder: Hans eindigde zijn eerste set met Little Lisa Jane dat handelt over Katrina en de gevolgen voor New Orleans, een boel frustratie verwerkt in een bijna kinderrijm met een onvergetelijke hook. Theessink is een meester in het vinden van het evenwicht tussen zijn duizelingwekkende gitaartechniek en een grote toegankelijkheid, en soms zelfs een grote singalong factor.
Na de pauze iets minder vertellement, al krijgt elke song nog wel wat duiding mee. De wandeling doorheen de rijke blueswereld duurt voort, met uitstapjes naar folk, country en vroege rock ’n roll. Het immer ondeugende Diddy Wah Diddy van Bo Diddley, Love Sweet Love van Charles Brown (voor wie Hans een bijzondere bewondering blijkt te koesteren, wat we overigens met hem delen) Een handvol verzoekjes ook, met Rufus Thomas’ onverwoestbare Walking The Dog (Hans zou er geen Lederhosen voor aantrekken, zo bleek, maar, voor wie het nog niet wist: ,,Deze song gaat niét over je hond uit wandelen laten!’’) en het immens dromerige, maar op een harde realiteit geënte Leaving At Daybreak (een meesterwerkje uit Slow Train) Ook in de States heeft men altijd pendelarbeid gekend, met alle verscheurende keuzes van dien.
Men denkt hierbij meteen aan de Okies of dust bowl migrants, bekend van Grapes Of Wrath van John Steinbeck. ,,Go cross the water, work on the land, go cross the water, work for the man, try to make a dollar and come home again.’’ Die andere reuzen, maar dan uit de folk, krijgen hun moment: Freight Train Blues zingt hij gans zoals Derroll Adams dat indertijd deed, incluis Derrolls banjostijl op de gitaar. ,,Ik was zo wild van Derroll en van Ramblin’ Jack Elliott dat ik van elk één plaat kocht…maar wel telkens drie exemplaren, want ik draaide ze gewoonweg grijs!’’ Voor Old Man Trouble, nog zo’n parel uit Slow Train, haalde hij inspiratie bij Devil On My Trail van Robert Johnson: zo zoekt elke generatie een ander uitdrukkingsmiddel voor gelijkaardige gevoelens en thema’s. Maybelline van Chuck Berry krijgt een wilde slide uitvoering. Statesboro Blues (dat men vooral kent in de krachtige rockuitvoeringen als van Allman Brothers of Pat Travers) blijft hier dicht bij zijn oorsprong, en die ligt bij Blind Willie McTell. Nog zijn de helden niet op: Hans vertelt hoe Tom Hoskins tijdens de blues revival van de sixties weer op het spoor kwam van Mississippi John (Smith) Hurt, via de zinsnede ,,Avalon, my home town’’ (u vindt een stuk van het verhaal op Wikipedia!) Ook hij krijgt zijn hommage via dit Avalon Blues. Het was al kwart voor één, maar bijna iedereen bleef zitten en vroeg om méér. De kelen weer open dus met May The Road (Take You Safely Home) (uit Crazy Moon) Hans roept er DobroJean en diens resonator bij voor Will The Circle Be Unbroken (Hans had overigens al iets verteld over de legendarische Cowboy Jack Clement die in de vroege dagen Johnny Cash produceerde in de Sun Studios; Clement was de man die het baanbrekende Whole Lotta Shakin’ Going On opnam met Jerry Lee Lewis– zie www.cowboyjackclement.com ) Het publiek zingt zowaar meerstemmig én met fiorituren mee: nooit zoiets meegemaakt! Het duo had tot slot nog een kleine verrassing in petto voor organisator Herwig, een door de wol geverfde Elvisfan. Hans, die overigens al het podium deelde met Elvisgetrouwen als James Burton, Jerry Sheff en consoorten, en Jan brachten Mystery Train. Het was de gedroomde afronding voor een concert dat één lange hommage was aan de (country) blues, folk, country en vroege rock ’n roll, een liefdevolle en bekwame mix door twee hedendaagse muzikanten die zelf een aan de originelen gelijkwaardig repertoire bijeengepend hebben. (01 10 07)

  

(*) Dit jaar weer ondervonden tijdens de Jong Muziek wedstrijd op TAZ2007: bijna alle deelnemers die tijdens de meer gestoffeerde avondconcerten speelden in het voormalige Stationsbuffet vielen onder anderen daardoor zwaar door de mand!

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Muziek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s