Centerpiece uit ,,Naus”

Toen de bundel ,,Naus” zijn vorm kreeg, tussen mei ’99 en september ’00, viel het lezers op dat er zo weinig ,,muziek” stak in de teksten, daar waar de antagonisten beiden zo diep in dat wereldje zaten (en zitten), de ene als pianiste, celliste en via studies die verband houden met het muzikale, de andere als life long free lance verslaggever. Tja, men moet me maar uitdagen…Die nacht nog kwam ,,Changesbowie” tot stand, op een uur tijd ongeveer, een tekst vol verwijzingen naar muziek en literatuur, maar volle honderd procent (auto)bio, tot de gevoelens toe. Er is geen woord dat niet staat waar het moet staan en het heeft allemaal zijn zin en betekenis, al weet de buitenstaander er het fijne natuurlijk niet van (iets voor Dylanologen zonder werk? Hihi) Hey guys, it just happened this way! Toen ontstond ook de idee van de soundtracks, doorgaans een songcitaat dat de tekst confirmeert, condoleert, confronteert, relativeert… Voor de 70 teksten van ,,Naus” (voor 69 heerlijke dagen en één rotdag, zoiets) zijn dat in totaal 11 cd’s geworden.
Detail: enkele jaren later, op het Dranouter Folkfestival, las Tom Robinson (zie citaten) het gedicht en wisselden we van gedachten over onze erg gelijklopende ervaringen.
We zijn niet meer in Italië geraakt, sindsdien. Benieuwd of de piano er nog staat in de hal van dat hotel in Termini, hoog in de bergen boven Sorrento…Alle tips welkom!
Plezier met het ontrafelen van de tekst!
 
 

Changesbowie (Ceci n’est pas une déclaration d’amour; Termini-Sorrento 3/4/99)

—————

 

De piano had gedronken, niet jij.

Je was niet de enige Clara Schumann van dienst,

Maar je touché trof al mijn gevoelige snaren: touché, jawel.

Ik luisterde temidden van de doven

Ik keek temidden van de blinden

Ik zag en hoorde je con brio wézen

Wijl je uit je memorie de noten distilleerde.

Akkoord ging ik en tegelijk was ik één van je akkoorden.

En alles hield me geboeid en geketend in één groot legato,

Eén adembenemende, fascinerende muzikale zin:

Je gekwetste hand, je gevecht met toetsen en pedalen,

Je inleving, je overgave.

Je gouden lokken.

Je touché.

 

Ik hoorde en zag alleen maar jou.

De Paradijspoort stond op een kier en licht galmde naar buiten,

Hel als de hemel en zuiver als onze zielen.

Je bleef maar spelen met mij als scherprechter van dienst

-die arme metronoom in mij was de tel al lang kwijt-

Je speelde voor míj, godomme.

En dat terwijl een hitsige, geërgerde wereld

Rondom ons wegzonk in het moeras van eigen onbenul

En in vette, onverdraaglijk onverdraagzame eigendunk.

Je laveerde langs Bowie, Satie, Bach…

En al wat je passie je influisterde,

Zo vals als een valse piano maar kan zijn.

Het klonk als een Steinway in de Salle Pleyel.

 

Je was -even nog- mijn protégée.

Maar ik was -toen al- je opperpriester.

En niets van vóór dit moment had nog zin

En alles -vanaf dan- had plots zin

En ik had plots zin je te vertellen

Dat je -zomaar- de vrouw van mijn leven was -gewoonweg- mijn vrouw -heel doordeweeks-de soliste in mijn leven…Weib und Gesang…

 

Maar ik slikte mijn woorden in en door als een vulgair

antidepressivum.

We hielden het op een zuinig ,,We zien wel”,

En ,,Hold on”, en ,,Hey, stranger”,

De Realpolitik van de verdoken minnaars,

Wij als verborgen verleiders.

Het water was diep,

Het interval nog nét te groot:

Een sext, een septiem.

Mààr we waren akkoord.

,,Nu niet lang meer” juichten mijn kolkende driften.

Het wachten was zoet, want ik wist,

Ik dacht te weten,

Ik, naïeve kinkel, die nog in spreukjes geloofde:

,,Eens gekozen, altijd gekozen”, dat wist je toch van me.

 

Jij koos voor ,,Changes”,

De dag dat de muziek stierf.

Ook toen speelde je een klein beetje…vals.

Dra zoek ik ze,

Zonder jou,

Weer op.

De piano.

Onze piano.

En ik streel ze

Zoals ik jou toen had willen strelen.

 

                                                       Hotel Terminus, 3/4/00.

 

Soundtrack: Changes (David Bowie: ,,Turn and face the strain…Ch-ch-ch-changes.”)/American  Pie (Don McLean: ,,…the day the music died…”)/Sorrento (versie door Tom Robinson van Lucio Dalla’s ,,Caruso (Ti voglio bene assai)’’: ,,On an old terrace looking out over the bay of old Sorrento, a man embraced a young girl, shaken with emotion. Then he turned away and sang as though his heart was broken: “Ti voglio bene assai, ma tanto bene assai…” ’’)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Poëzie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s