Persoonlijk verslag van Peer

 

Verslag van zaterdag 14 juli op het Belgium Rhythm & Blues Festival (BRBF) Peer 2007.

 

Zowel op vrijdag als op zondag zagen we geen (faire) kans om naar het ,,verre’’ Limburg te trekken, maar we hebben geen moment geaarzeld om zaterdag voor Peer te opteren, en niet voor Gent. Eén van onze grootste ,,helden’’ was die avond namelijk op het Blue Note Records Festival: Sylvester Stewart, alias Sly Stone, is met zijn Family Stone (en laten we Larry Graham niet vergeten) voor ons het acmè, het epitomè, het nec plus ultra van de zwarte muziek, naast Steveland Morris, alias Stevie Wonder, en Marvin Gaye, alias, heu Marvin Pentz Gaye. Daar is sinds de seventies weinig beweging in gekomen! Maar we vreesden een totale afgang, af…gaande op wat Chocolate Genius en Sharief Hobley (gitarist van o.a. John Legend en Jaguar Wright) ons verteld hadden. Hun tall stories gaven aan dat onze held finaal was geveld door te veel cocaïne in the brain. Anderzijds stond op Peer dan weer de heldin die we samen met Millie Jackson en Ann Peebles in diezelfde seventies zo hoog in het vaandel droegen (een groot vaandel, we geven dat toe): Mavis Staples, dochter van Pops Staples, met het ganse gezin de Staple Singers, huis van vertrouwen in gospel, blues en soul sinds 1950. En we doen altijd graag een ommetje voor Garland Jeffries (lees onze eerdere verslagen) en de blues-in-persoon, Arno (waar zijn onze Oostendse dagen heen! O, breng mij back naar die ouw Café Transvaal op de De Smet-De Naeyerlaan toen niemand scheen te geloven in TC Matic, behalve een al niet meer zo jong free lance journalistje voor, toen, Het Nieuwsblad)! Nee, onze Peerse trip heeft ons geen moment gespeten!

We waren wel heel blij dat festivalopener The Baboons, al goed op dreef op de Rootsnight met Bo Diddley, heel veel lof kregen toegezwaaid van de collega’s die zoals elk jaar in groten getale waren afgezakt om het hele weekend mee te maken. Belangrijk, hoor, die vriendschap, al heb je het gevoel dat je weinig kan teruggeven voor zoveel hartelijke kameraadschap en gratuit doorgegeven vakkennis…

Maar bon, we waren er dus en al snel moesten we een ontgoocheling incasseren: het jonge Britse gitaarwonder Scott McKeon had ons bepaald gecharmeerd met bepaalde tracks uit debuut Can’t Take No More (I Used To Have Something), maar bleek dat live niet te kunnen doortrekken. Niet alleen zat hij ,,aan de verkeerde kant van Jimi Hendrix’’ zoals een collega dat uitdrukte (wij zouden eerder gezegd hebben: ,,Dichter bij Walter Trout dan bij Matt Schofield’’) maar zijn optreden was halverwege zowaar stuurloos. In de finale kreeg hij de fans van het hardere werk nog wel op zijn hand, maar onze interesse was dan al lang verdwenen. Even goeie vrienden, Scott!

De Mofo Party Band, met zanger-harpist John en gitarist Bill Clifton uit Fresno, CA, was andere koek. Feestmuziek, en nog zo geen klein beetje. Wat een energie, wat een levensvreugde, wat een speelplezier! U las er elders allicht al over (al hebben onze grote kranten het festival blijkbaar ingeperkt tot de optredens van Arno en John Hiatt!) Het laatste kwartier van MPB was één grote auditieve bacchanale (en we hoorden dat ze er nog een schepje bovenop kunnen doen als daar tijd beschikbaar voor is) Wij onthielden een hilarisch spelletje ,,instrumentjes wisselen’’ tussen John, Bill en bassist Conra Finney. Die gasten mogen ten allen tijde onze (van dan af!) wereldberoemde BBQ’s komen opfleuren!

Noord-Afrikaan Amar Sundy liet interessante cross-over dingen horen, maar viel soms terug op zuivere Chicago blues, ja, en dan heb je beter gehoord, natuurlijk. In de combinatie van blues en Afrika zit alleszins muziek. We denken vanzelfsprekend aan de grote Ali Farka Touré zaliger en tegenwoordig Roland Tchakounté.

Garland Jeffreys van zijn kant moet al dertig jaar niks meer bewijzen. We waren al fan vanaf Ghost Writer (’77) en zagen tot aan de 6e juli, Zottegem, al zijn Belgische optredens (we zaten die avond op Cactus Festival, zoals we dat elk jaar doen), te beginnen met het half mythische optreden in de Beursschouwburg (alleen al de start was adembenemend!), kort nadat zijn (Take Me To The) Matador een verrassende hit was in de lage landen. We hebben ook uitgebreid geschreven over zijn comeback. Het concert in de HA’ in mei was dan ook een kanjer, misschien het meest beklijvende en alvast het meest ontroerende van 2006. Sindsdien was er ook nog Cactus 2006, waar Mirko Banovic inviel en zo’n indruk maakte op Garland dat hij aan deze kant van de oceaan enkel nog wou optreden met Mirko. De bas van Arno, PJDS, Serge Feys Trio en zoveel andere toppers, deed een vers blik Belgische muzikanten open, waarmee Jeffreys al in de AB optrad. Voor de concerten in onze contreien werd diezelfde band weer aangezocht, wegens zeer goed bevonden. Daar stonden ze op Peer: Bruno Fevery (gitaar), Rudi Genbrugge (keys), Yves Baibay (drums) en Mirko! Dat had het bijkomende voordeel dat Mirko een paar uurtjes later ter plekke met Arno kon spelen. Het concert van Jeffreys werkte ook in een toch altijd minder gunstige festivalsituatie: een ingeperkte set gebracht met een per definitie iets meer dissiperend geluid, met een publiek dat niet alleen voor de man komt en hem zelfs vaak amper kent, het lawaai van de bars. Zelfs de afstand tot het publiek is fysiek gesproken een stuk groter. Maar Garland weet daar allemaal een mouw aan te passen: diverse malen sprong hij in het publiek gevolgd door een security jongen met paniek in de ogen. De 63 jarige te keer alsof hij vier decennia jonger is, publiek en orkest constant opzwepend. De interactie met die band zal met elk nieuw concert natuurlijk nog een stuk steviger worden, maar wie zijn we om over het huidige peil te klagen, als je zo’n strakke en snedige uitvoeringen hoort van de bekende songs? Garland heeft nog geen nieuw materiaal klaar na het reces van tien jaar (waarin hij enkel instond voor de opvoeding van zijn dochtertje, intussen elf, zoals hij op een bepaald moment aangaf) op die enkele songs die op de verzamelaar I’m Alive staan (o.a. het nieuw prijsnummer Proud Highway) Met het titelnummer gaat elk optreden van start en ook nu zette het al meteen de tent in vuur en vlam. Vermits Jeffreys nooit enige moeite heeft om de spankracht te behouden en de ene (radio)hit na de andere kwam, werd het een zegetocht, die pas ophield met bis 96 Tears. We hoorden tussen die twee kleppers in Say It Loud I’m Black And I’m Proud, King Bee, I May Not Be Your Kind (het meezingen lukte niet zo best, nog niet), Don’t Call Me Buckwheat, Modern Lovers, Christine (geschreven na een mislukte Parijse relatie), We The People (met flarden What’s Going On en het toepasselijke Respect Yourself) en na de acoustic blues set, de onvermijdelijke Take Me To The Matador en Hail Hail Rock ’n Roll, nu wel uit volle borst meegezongen. Speciale vermelding voor Bruno Fevery die in die akoestische set (Bright Lights, Big City, Skip JamesHospital Blues, Schoolyard Blues – met flard Lucille) de rol overnam van Garlands eeuwige compagnon Alan Freedman en dat met verve deed. Zoals Kathleen Vandenhoudt hem had aangekondigd: ,,Ne schone grote meneer, Garland Jeffreys!’’

Het zal niemand verbazen te vernemen dat we met nog meer opwinding uitkeken naar het volgende concert. Mavis Staples vertegenwoordigt 57 jaar Staple Singers, neusje van de zalm van gospel, soul, en rhythm & blues, en in 2005 bekroond met een Grammy Lifetime Achievement Award. RoebuckPops’ Staples leerde zijn vier kinderen de juiste weg van de Here en van de muziek (Mavis was de jongste) We leerden ze in de sixties kennen via een 45T in een uitverkoop bak van ,,1 kg singles voor 90 BEF’’ (=18 singles, weet ik nog) in een supermarkt! We waren meteen verkocht en hits als Respect Yourself , I’ll Take You There en Let’s Do It Again maakten de bewondering alleen maar groter. Pops stierf, Moms verdween en het was lang stil rond dochter Mavis, wier sololoopbaan leek uit te doven als een kaars. Kwam dit jaar toch wel één van de fraaiste soulplaten sinds de comebacks van Solomon Burke en Al Green uit zeker? Straffer nog, We’ll Never Turn Back is tot nader order de fijnste schijf van 2007. Daar zit uiteraard Ry Cooder met zijn stelletje ongeregeld (zoon Joachim, Jim Keltner en Mike Elizondo) voor een groot stuk tussen. Songkeuze, inspelen productie, alles kan je overlaten aan huis van vertrouwen Ryland. Maar er is meer. Met de titeltrack We’ll never Turn Back en het daaropvolgende I’ll Be Rested getuigt Mavis van de strijd die de Staple Singers, de zwarten van de States en mutatis mutandis alle onderdrukten van de wereld hebben gevoerd en nog te voeren hebben op weg naar een voor iedereen gelijke, leefbare wereld. Die lijn trok ze door in het concert dat begon zoals de cd: met intense versies van Down In Mississippi en Eyes On The Prize. Maar dan week ze af. Heerlijke brokken muziek bracht ze, weliswaar met een gehavende stem, maar evenzeer met een fiere ziel: For What It’s Worth (nog altijd brandend actueel in dit onprettig gestoord Amerika!), Let It Shine, het te verwachten Jesus On The Mainline, The Weight (ja, van Robbie Robertson; een gewoonweg briljante uitvoering!!! (*)) Daarna Why Do They Treat Them So Bad, dat Pops schreef in ’60 n.a.v. een flagrant geval van rassendiscriminatie. Het was de lievelingssong van Martin Luther King en als de Staples voor hem openden, moesten ze het steevast brengen. En dan nog March On Freedom Highway (zelfs met een grappige quote van Rehab! Jawel, Amy Whinehouse!) De verhaaltjes ertussen in spraken over en halve eeuw ontvoogding en gelijkberechtiging, niet militant, niet sloganesk, maar vanuit de volheid des levens. Het was des te ontroerender. Wat een sublieme band ook, met super gitarist Rick Holstrom (die ongelofelijke, steeds weer anders uitgroeiende solo in Why… !!!), meester bassist Jeff Turmes en Mister Rhythm himself, drummer Stephen Hodges, met de zalige stemmen van zus Yvonne, van Donny Gerrard (twee prachtig gezongen coupletten in The Weight!) en Chavenne Morris. Het afsluitende, lang uitgewerkte I’ll Take You There klonk als een symfonie van de vrijheid. Als toetje was er nog Will The Circle Be Unbroken (en het was duidelijk dat het publiek graag nog meer had gehad, maar we veronderstellen dat het zo al genoeg was voor Mavis) Historisch.

Van Arno zagen we maar een stuk: dat is zo als de kleinste mee is en de dag bijzonder lang duurt. En als je op je vier jaar zowaar het voorprogramma verzorgt van Mavis (tezamen met nog 40 andere kleuters uit de opvang), dan eist dat zijn tol…Arno begon met dezelfde vuistslag als op Werchter en het handvol songs dat we hoorden lieten de Oostendse Chevalier in topvorm horen. We hoorden achteraf dat onze belangrijkste bluesartiest, voor de eerste maal op Peer, er inderdaad een daverende finale van maakte, op weg naar een zondag die via de Campbell Brothers, North Mississippi All Stars en John Hiatt ook al geboekstaafd zal staan als één van de grote dagen van een festival dat zulks ten volle verdient. De beste editie in jaren, horen van alle fronten.

(Antoine Légat; 22 07 07)

(*) In ’78 deden de Staples mee aan The Weight in The Last Waltz, het door Martin Scorcese in beeld gezette afscheid van The Band. In ’94 namen ze de song opnieuw op met country ster Marty Stuart.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Muziek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s