Come into my Fleeting House (Morning Glory van Tim Buckley-Larry Beckett)

 

Tim BUCKLEY / My Fleeting House / DVD / Manifesto MFO 40707.

 

 

Allen die Jeff Buckley een véél te jong gestorven fenomenaal genie vinden (en wij behoren daar volmondig toe) moeten beseffen dat er lange tijd enkel sprake was van een véél te jong gestorven fenomenaal genie dat Tim Buckley heette. Het vader-en-zoon effect is intussen ingeburgerd in de rock (plus) wereld en het leverde al schitterende mini-dynastieën op: we denken aan Robert (Bob) en Jacob Zimmermann (Dylan), Richard en Teddy Thompson, Loudon en Rufus Wainwright (btw, Release The Stars is weer een meesterwerk!), Jim en A.J. Croce, Clifton en C.J. Chenier…Maar het geval Tim en Jeff Buckley is natuurlijk nog een heel aparte story. Jeff kwam zopas nog in beeld t.g.v. zijn tienjarig overlijden, maar ook Tim komt in 2007 aan de oppervlakte met een DVD die we nu al mogen brandmerken als ,,verplicht voer’’ voor ieder die zich ook maar iets aantrekt van de muziek van de 20e eeuw. Geen ontkomen aan!

Lange tijd waren er enkel de LP’s, vanaf ‘89 op cd gezet (al blijft Starsailor een moeilijk geval…De prijzen lopen op dit moment tussen de $ 70 en 130 op www.amazon.com ) om daarvan te getuigen. Enkele jaren geleden verscheen eindelijk een prima verzamelaar, Morning Glory: The Tim Buckley Anthology; 2001. Maar er zat ook beeldmateriaal in de kluizen. Het werd hoog tijd dat er wat werd uitgevreten met die footage. Dus werden 14 zwart-wit flarden van TV optredens verzameld, op vijf na allemaal nooit eerder uitgebracht (tenzij via bootlegs), video’s die heel zijn loopbaan overspannen, van 1967 tot zijn (toch wel accidentele) dood in 1974. Als je zoiets doe, doe je het beter meteen goed en daarom werden drie mensen die Tim als kunstenaar zeer goed gekend en/of bestudeerd hebben benaderd om tekst en uitleg te bezorgen bij elke clip. Dat zijn niemand minder dan dichter Larry Beckett die in de loop van de jaren Tim geregeld voorzag van lyrics (lange niet alleen Hello Goodbey), gitarist Lee Underwood die jarenlang met Tim optrad en meespeelde op alle platen behalve twee, en David Browne, auteur van Dream brother: The Lives And Music Of Jeff And Tim Buckley. De commentaren zijn bijzonder instructief, hoewel ze niet belerend overkomen, want de interviews zijn zeer relaxt van sfeer. Ze bieden genoeg stof om de krachtlijnen te volgen in ’s mans ogenschijnlijk grillige loopbaan en wijzen je op allerlei details die je anders misschien over het hoofd zou zien. Zoals geweten hebben vader en zoon elkaar nauwelijks gekend. Jeff gaf nooit hoog op over zijn vader, maar je verneemt hier toch dat de zoon onder de indruk was van Lorca en Starsailor, de albums waarop Tim het verst gaat in het vocale experiment. Ze sluiten het beste aan bij zijn eigen werk. Het beeld van de rusteloze en chaotische doler dat je had van Tim maakt gaandeweg plaats voor het inzicht dat hij gewoon een snelle artistieke evolutie doormaakte, evolutie die hij in de hand had maar die de mensen in dat tijdsgewricht niet konden volgen. Ook zijn zogenaamde ,,terugkeer naar het commerciële circuit’’ met Greetings From L.A., Sefronia en Look At The Fool ga je onder een andere hoek bekijken: het blijkt eigenlijk de meest logische stap van dat ogenblik te zijn. Hoewel de ondervraagden Buckley duidelijk op handen dragen, heb je nergens het gevoel dat ze aan hagiografie doen. Tim wàs nu eenmaal die bevlogen kunstenaar die zonder toe te geven aan wat anderen hem zo graag wilden opleggen, zonder twee keer hetzelfde te doen, zijn eigen weg ging. De DVD vergrootte niet alleen ons inzicht, maar ook onze bewondering voor een geweldig kunstenaar die als een komeet door het firmament schiet om dan uiteen te spatten (het beeld dat Ray Manzarek ons voorhield in het interview met The Doors over Jim Morrison)

De video’s beginnen meteen al met een dijk van een statement. Deze beelden waren al eerder verspreid maar wat een entree maakt Tim Buckley op national television met Song To The Siren! Beckett en Buckley hadden deze intussen archetypische song nog maar pas geschreven, maar de zanger was er vol van. Zo besliste hij niet een geflopte single of de beter lopende LP te promoten, maar een nog niet opgenomen song, niet echt een ,,commerciële zet’’ dus. Tim doet dat op een manier die elke promojongen zou doen gruwen, maar is daardoor zo onversneden zichzelf dat hij precies doet als de sirene in het lied: betoveren. En die eerste verschijning gebeurt dan nog, of all places, in The Monkees Show! Geen wonder dat half vrouwelijk Amerika verliefd werd op de bedeesde jongeman met de gesloten ogen, de fraaie zwarte krullen en de verleidelijke stem! Maar het werd geen imago of gimmick en clip per clip stelt Tim zijn creatieve inbreng bij waarbij hij duidelijk alleen maar muzikale aspiraties heeft. Morning Glory, Happy Time en Blue Melody vormen fraaie stukken, maar wij zijn wel wèg van Come Here Woman (opener van Starsailor) waar Tim met zijn stem alle richtingen uitgaat en de muzikanten hem volgen in de creatie ter plaatse van een héérlijke brok, heu, ja wàt eigenlijk? Magie? Een label kan je daar niet op plakken, je kan enkel nog maar genieten en bewonderen…en triestig zijn om dat te vroeg geëindigde avontuur. Voor wie het niet begrepen had: essentieel.

 

Antoine Légat (21 07 07)

 

PS In de extra’s taxeren Lee en Larry de platen en leest Larry zijn Song To The Siren voor. Er zijn ook enkele relevante interviewfragmenten van TV shows, waarin Tims levensvisie mooi naar voren komt en de stupiditeit van de meeste gesprekspartners op genante wijze blijkt…

  

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Muziek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s