Cactus op zondag…

 

Zondag 8 juli.

Op naar de laatste ronde met meteen al een voltreffer. Tokyo Ska Paradise Orchestra maakte alle onderdelen van zijn naam waar. Japanse ska, het kan evengoed als Siberische blues, Canadese soukous of Peruaanse klezmer. We hadden al snel door dat de heren het idee van ,,orchestra’’ respecteerden: de kunde van de muzikanten en vooral het samenspel waren indrukwekkend. Bij zulke ritmische muziek moet er ,,als één man’’ gespeeld worden. Dat volvoerde de TSPO tot in de puntjes en tot een stuk achter de komma, hoewel de groepsleden, vooral de trombonist en de doldrieste gitarist, zich af en toe eens goed lieten gaan. Allerlei bekende deuntjes werden voortdurend in snippets door de molen gedraaid (fraai was de inclusie van Norwegian Wood) en kregen we daar toch wel niet opnieuw een versie van…The Godfather, zeker? De zoetgevooisde melodie ging gaandeweg over op een niets ontziende rockuitvoering. Meest genoten we van een stijlvol Walk Between Raindrops (jawel, uit The Nightfly van Donald Fagen!) en het daaropvolgende extatische Natty Party. De wei stond al eventjes op zijn kop, en dat kort na de middag! Mogen vlug al eens weerkomen, zegt Jerommeke.

Nuevo-roots band Ojos de Brujo liet het niet aan zijn hart komen, want deze band uit de Barcelonese Zona Bastarda, gekomen om hun nieuwste Techarí te presenteren, grossiert in opzwepende festivalmuziek. Tegelijk is het een formatie die zijn muziek goed overdenkt en doorspekt met boeiende elementen, om er een echte mestizo mix van te maken. Het doet natuurlijk vreemd als de groep van wal steekt met een…flamencodanseres, want dat associeer je niet meteen met het gans noordelijke Catalonië, maar met het gans zuidelijke Andalusië! Maar Ojos wacht zich ervoor een flauw afkooksel, een flauwenco te brengen: dat zou het in het thuisland niet in dank worden afgenomen. De twee stints van de danseres, tevens backing zangeres, vormden voor het middenveld hoogtepunten, te horen aan het uitzinnig enthousiasme. De touwtjes zijn en blijven in handen van gitarist Ramón Giménez en fleurig opgeklede zangeres Marina ‘La Canillas’ Abad. Ze staan niet alleen up front, ze zijn ook de think tank achter de Ogen van de Heks. Het is verheugend te merken dat deze band, ondanks het brede succes, helemààl niet toegeeft aan de bizz, maar koppig vasthoudt aan hun niets ontziende mix van muziekjes (van rumba catalana tot hip hop), instrumenten (cajon! tabla!) en speelwijzen (speaking in tongues techniek), met zijn woeste (zeg maar anarchistische) trekjes. Ooit waren ze hierin pioniers. maar er viel gewoon van alles te horen. Iets te veel misschien, want de chaos stond nooit toe dat de band piekte, een beetje zoals Nederland pinanties trapt. Wij genoten van een hypersnelle, met salsa gespijsde versie van het Zuid-Amerikaanse weerstandslied, te vertalen als Stones Against Tanks.

The Congos, in wezen het duo Cedric Myton en Roydel ‘Ashanti’ Johnson, kregen vocaal versterking van nog twee Vader Abrahams en hadden een beresterke formatie achter zich. Zij lieten horen waarom ze hun legendarische status in de roots reggae verdienen, status die ze verkregen door één verdomd schitterende plaat te maken, The Heart Of The Congos van 1977, in een productie van Lee ‘Scratch’ Perry, daarna decennia te zwijgen en ten slotte weer samen verdienstelijke platen te maken en op te treden, zonder die ene topper te evenaren. De jaren hebben echter gewoon geen vat op de heren. Ze waren met hun gouden stemmen goed op dreef en al konden ook zij absoluut niet rekenen op enige unanimiteit in de waardering, we vonden ze toch één van de zegeningen van het weekend.

Het vorig jaar weer bijeengekomen emogrunge trio Buffalo Tom had indruk gemaakt op Cactus 2006, reden genoeg om ze terug te vragen. Er was misschien nog een tweede reden: midden in hun bisnummer viel de stroom onherroepelijk uit. Dat mochten ze nu gaan afmaken. ,,Every time we come we have power problems’’: ditmaal dus lekker niet, Bill! Er is beslist nog een derde reden: met Three Easy Pieces viert de band zijn eerste cd in negen jaar. In het genre is dat een knappe plaat geworden, zelfs in het licht van de sterke cd’s die de band in de vroege nineties maakte. En er staat minstens één instant classic op die zaterdag klonk als, als muziek in de oren: You’ll Never Catch Him: zàààààlig! Buffalo Tom (Bill Janovitz gitaar, Chris Colbourn bas en Tom Maginnis drums) deed precies wat van hen verwacht mocht worden. Er zit weinig franje en al evenmin veel finesse in hun werk, maar ze hebben natuurlijk machtige songs gemaakt als Rachael (uit Smitten) of het nog immer pakkende Taillights Fade (uit Let Me Come Over), met melodieën waar een in dit genre totaal onverwachte melancholie uit sijpelt. Het zijn goudeerlijke, hardwerkende muzikanten met een hart voor de vrienden. Ze vergeten inderdaad ook niet Jeffrey Lee Pierce zaliger van The Gun Club te bedanken voor de steun bij hun eerste cd. Drie bissen konden ervan af, maar de verwachte stroompanne bleef uit. Comebacks zijn, zoals de Spice Girls en Martina Hingis weten, a risky business, maar Buffalo Tom heeft die horde met gratie genomen.

,,Let’s pretend that seven years ago I had a world wide hit and that now I’m a big rockstar’’ waarna hij het publiek vraagt even mee te dromen en hem een geweldig applaus te geven. Hebt u hem? Zoveel in ironie gedrenkte poëzie kan maar van één man komen…Tom McRae. Tom zit in de overgang. Zijn vierde en recentste King Of Cards vertoont een gematigd optimisme dat we van ,,Tommeke toch’’ niet gewoon zijn. Het zet nogal wat recensenten op het verkeerde been, hebben we het gevoel, want die toon wordt hem kwalijk genomen, terwijl er op de cd toch weer een paar geslepen parels staan. Die kwamen aan bod in deze heel fraaie set, waarbij McRae, alleen met gitaar, geregeld het park herleidde tot een kleine club waar we bij hem op schoot zaten. De magie van het concert van David Gray op Cactus 2006! Zalig was de trits One Mississippi (prachtsong waar de pers toch zo graag op schiet…), Set The Story Straight en You Cut Her Hair. Maar Bloodless, het ronduit machtige Walking 2 Hawai en afsluiter The Boy With The Bubblegum gaven dit optreden al evenzeer glans. Het publiek had het ook goed begrepen. Geweldig applaus dus en Tom moest en zou bissen. McRae zou McRae niet zijn als hij dan niet voor een specialleke ging. Language Of Fools sloot de boeken van dit concert dat zijn plaats en tijdstip niét mee had. Tom McRae bewijst dat een groot artiest dit kan overwinnen.

Gabriel Rios…Wat moet je daar over gaan zeggen, als onze Gentenaar uit Puerto Rico op zowat elk festival staat en daar van triomf naar triomf gaat? Niets natuurlijk.

Over The Flaming Lips willen we veel meer kwijt. Zij zorgden voor een wel heel bevreemdende ,,climax’’ waarbij ze een schitterende entree koppelden aan een warrig vervolg waar nog enkele leuke momenten bij zaten…Om dan als dieven in de nacht te verdwijnen. Eigenlijk kan je zoiets wel verwachten van het trio freaky wacko’s uit Oklahoma. Over die openingszet zal nog heel lang nagepraat worden: Race For The Prize (uit één der beste rock cd’s aller tijden, The Soft Bulletin) was het ideale vehikel voor een visueel spektakel waarbij zanger Wayne Coyne zich over het publiek liet rollen in een gigantische doorzichtige bal. Grote ballonnen, door het publiek dansend gehouden (wat een zicht!), guirlandes, bergen confetti, de passende belichting en lasers, en allerlei sprookjesachtige figuren annex striphelden op toneel, waaronder ook…Spiderman, wellicht via zijn web op promo toer door Europa, zorgden voor een feeërieke sfeer. Eigenlijk ligt dat helemaal in de lijn van de creepy bozo’s die The Flaming Lips zijn. Ze leken muzikaal goed op dreef, al was al snel duidelijk dat Coyne, toch al geen groot zanger, niet eens zijn beste vocalen had meegebracht. Maar ach, dat konden we nog nemen. Na deze magistrale ouverture (hét moment van het festival) stokte de machine keer op keer. En zo zou er tussen praktisch elk nummer een ongemakkelijke stilte vallen. Soms waren het ook lange commentaren die de boel ophielden. We schatten dat de heren op die vervreemding mikken, opzettelijk hun eigen werk ontwrichten, zelfdestructie als creatief proces. Maar er was meer loos: er zou ook visueel niks meer toegevoegd worden aan de losstaande opener, op één meesterlijk effect na. Wayne vroeg iedereen om de massaal verspreide rode laserlichtjes op hem te mikken. Op het juiste moment zou hij dan wel ,,iets doen’’ en inderdaad. Ineens gingen de spots uit. Coyne weerkaatste de lichtjes op een grote spiegel, wat een grandioos lichtspel opleverde… De muziek was en bleef OK. Tussen de pauzes in hoorden we knappe versies van het hortende en stotende Free Radicals, het steeds weer ontroerende Yoshimi Battles The Pink Robots en de Pink Floyd-pastiche Pompeii Am Götterdämmerung. Ze brachten ook een grillige brok noisy rock met Coyne aan de megafoon (titel ons onbekend: de site van TFL geeft geen uitsluitsel) Het bleek dat die verkozen was door de fans als de beste nooit gespeelde Lips song. Dit was nog maar de ongeveer vierde uitvoering ervan. Natuurlijk moest een zekere G.W. Bush het weer eens ontgelden, en niet zo’n klein beetje. We hopen zelfs voor de Lips dat de ,,fucking idiot’’ niet al te rancuneus is, want dit ging wel serieus under the (Bible) belt! Maar Coyne heeft wel overschotten van gelijk, natuurlijk. Het optreden dreigde uit te doven als een kaars maar gelukkig was er nog de blijde boodschap van het uitgesponnen en uiteraard uitgebreide becommentarieerde The Yeah Yeah Yeah Song. Hadden ze dit allemaal aan elkaar geplakt, met nog een paar songs erbij (lijst verkrijgbaar), was het een dijk van een afsluiter geweest. Zien of ,,broedergroep’’ Mercury Rev uit een ander vaatje tapt, binnenkort (26/08 op Feest In Het Park in Oudenaarde, volgens de site gelegen in Beligum!)

Alles samen genomen en dan wel louter persoonlijk gesproken was Cactus 2007 vooral Mark Lanegan met de Soulsavers en Tom McRae. Misschien nog Buffalo Tom en de Congos? Gotan? Waterboys? Aan de goeie kant vallen zowat alle anderen, op The Rakes en Horace Andy na, en zelfs die verdienden hun fans. Want uitersten waren er niet. Een sterke editie maar dan in de breedte.

 

Antoine Légat (9 tot 17 juli 2007)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s