Cactus 2007, de zaterdag…

 

Zaterdag 7 juli.

De 7e dag van de 7e maand van het 7e jaar! Tijd dus voor de Archie Bronson Outfit. Geen onaangename kennismaking, al zeiden mensen die het konden weten dat ze live een stuk beter kunnen dan dit. Het eerste wat in me opkwam is de zang. Die deed denken aan een David Byrne op speed, maar al snel viel op dat deze band eerlijke, weloverdachte maar spontaan klinkende muziek maakt, gegoten in songs met weerhaakjes en niet alledaagse wendingen…en gedrenkt in een gezonde dosis waanzin. Kink (heel sterk) en Modern Lovers deden ons beslissen bij de laatste Derdang Derdang te rade te gaan, geen foute beslissing (we moeten de eerste Fur ook nog ontdekken) Geen groots concert, maar beslist één van de interessantste bands in het alternatieve circuit.

,,Slepend, dreigend, groots’’ schreven we bij het inderdaad indrukwekkende The Waiting Game (of We All Fall Down?) van Iliketrains. We hadden toen al een handvol boeiende songs gehad zoals het openende Town Burning Down, waarbij we iets noteerden als ,,Nick Cave meets Sigur Rós’’. Vakgenoten die hier véél meer van afweten dan wij vonden dit optreden zowat het (vroege) einde (van het festival), maar we vonden dat het optreden toch zijn vlakke momenten kende. Hun drang om geschiedenisfeiten te verwerken in hun songs vinden we charmant en leerrijk (Voor sommige is dat gewoon pedant) Het levert soms een onmiskenbaar pareltje op, zoals The Rook House For Bobby, over de dramatische figuur die schaakwonder Bobby Fisher ongetwijfeld is. De volgende single The Deception (iets voor september) en een door trompet ondersteunde song (Death & Ideals?) konden ons aanspreken, al deed het publiek steeds minder moeite, zo leek het toch. De groep piekte met Spencer Perceval, zo sterk dat een bis niet hoefde. Kregen ze ook niet, want relatief weinig mensen lustten dus pap van deze slowcore. Wij gaan dringend eersteling Progress Reform moeten uitpluizen, want Iliketrains lijkt ons een (trein?)wissel op de toekomst.

The Rakes lijken ons vooral een verleden te hebben, nu al. Want deze cleane grunge punkers hebben dan wel een handvol leuke songs, maar die leken er in het eerste deel van de set, zo pakweg tot All Too Human, al doorgedraaid en daarna bleek hoe weinig ze variëren op die enkele thema’s. Toch enigszins een one-trick pony in a one-horse town (schoon, hé? Zelf gevonden…) Voor liefhebbers van het toch nog wel iets betere energieke werk zal dat geen probleem geweest zijn. Work, Work, Work (Pub, Club, Sleep) lijkt ons nu al een anthem, en als de band in iets uitblikt, is het in het neerzetten van hoogst aanstekelijke ritmes (We Dance Together) Maar de robotachtige gebaartjes en de deunen werden immer meer stereotiep.

Horace Andy & The Dub Asante Band…Horace Andy mag de hemel danken voor de brede belangstelling die hem te beurt viel via het werk voor de triphoppers van Massive Attack (hit Spying Glass) maar hij heeft altijd al zijn gewicht gehad in roots reggae en dance hall. De man was naar verluidt stukken vriendelijker en levenslustiger en daarom ook dynamischer dan op Couleur Café. We kunnen dat niet beoordelen, maar hij liet wel weten dat ons klimaat hem niet zint. ,,Too cold for me’’, lachte hij. Charme is dan ook een hoeksteen van zijn benadering van de reggae. Andy wist ons echter slechts matig te amuseren. Goeie band natuurlijk, met daarin leden van Jamaïcaanse (ex-)topgroepen. We hoorden een versie van…The Godfather in het begin (en leest u vooral verder) en vrij bekend materiaal als Fever, Children Of Israel, Money Money, Cuss Cuss en zoals te verwachten viel moesten Zion en Babylon het ontgelden, want de rastafari’s staan klaar om er een betere wereld van te maken, Marcus Garvey nog aan toe. De recente verzamelaar Skylarking documenteert ’s mans carrière op afdoende wijze, zo lezen we overal. Sympathiek, maar The Congos zouden dit concert toch in de schaduw stellen.

Mogwai bracht de verwachte en vertrouwde ambient soundscapes en heeft, zo heb ik dat constant opgevangen, nogal wat mensen verbaasd, mensen die deze band, die nog te zelden buiten het rock circuit treedt, daarom nog nooit aan het werk zagen. Van de optredens die we van de Schotten zagen (bvb. op Pukkelpop) was dit echter wel het minst beklijvende. Het ,,ontplofte’’ nooit en liet ons wat op onze honger achter. Maar misschien zijn we te veel verwend, want je hoort ons al evenmin klagen…En de mensen in het park al zeker niet!

Gotan Project was voor velen vooraf, maar nog veel meer achteraf, de topper van de avond. De platen zijn fantastisch, zowel aangenaam om naar te luisteren als prima opgebouwd en beslist vernieuwend, daar is zowat iedereen over akkoord, maar ze sleepten geen al te beste live reputatie mee, in de zin dat de afgelikte perfectie van het Frans-Argentijnse gezelschap als kil en emotieloos werd ervaren. De tango (en aanverwanten als de milonga) heeft door zijn adel vanzelf al iets koud en afstandelijk…precies wat zo ophitsend werkt, denken we stout. En we vingen ook iets op van maniërisme en ,,slecht amateurstoneel’’. In elk geval hebben de heren en dames zich overtroffen op Cactus. Of ze hebben een indrukwekkende stap voorwaarts gezet. Want op dit moment van de dag, in de kille zaterdagse avond, na een bijna zwoele dag, werkte dit: de strakke tango patronen, de presentatie (onberispelijke maatpakken, de dames in stijlvolle avondjurken), de statige zwierigheid (=een contradictio in terminis? Oxymoron?), de adel van de bandoneon, de Spaanse gitaren, de violen, het prima geluid zorgden voor een bijzonder weldoend anderhalf uur veredeld muziekgenot. Misschien is het enige wat de formatie mist een gezicht, een imponerende leidersfiguur, maar de bandoneonspeler was duidelijk in een begenadigde avond. Hoogtepunt was voor ons de uitvoering van Santa Maria (del Buen Ayre) uit La Revancha del Tango, de klapper uit 2003.

Hoe zou Ozark Henry dit evenaren? Het zal Piet Goddaer waarschijnlijk worst wezen, want de man doet zijn ding, en tot nader order doet hij dat goed. We voelen de weerstand groeien van de believers van het eerste uur die een beetje mistroostig tegen het internationale succes van Piets project aankijken. Er wordt al snel gezocht naar tekenen van verval, van toegeven aan de eisen van het bedrijf dat ,,popmuziek’’ heet. We spreken ons daar niet over uit. Ook op de laatste cd The Soft Machine staan een handvol songs die ons raken, al ontkennen we niet dat een zekere stroomlijning de boeiende grilligheid van zijn werk binnen geslopen is. Live weet de man professioneel show te maken. Dat moet wel als je Vorst-Nationaal bespeelt. We onthielden persoonlijk Rescue Me, Sweet Instigator, Weekenders en These Days als betere momenten, maar de eerste prijs gaat naar het als laatste song gebrachte Word Up: dat is tot nader order de Ozark Henry die ons het meest zint.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Muziek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s